Terechtstellingen aan het IJzerfront

Volksjongens betaalden het gelag

In de Grote Oorlog vielen 40.000 Belgische militairen op het veld van eer. Slachtoffer van de oorlog, worden ze herdacht als helden. Die eer valt niet te beurt aan zij die stierven voor het vuurpeloton. Op 11 november mogen we echter ook hen niet vergeten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog spraken Belgische militaire rechtbanken 98 doodstraffen uit. Hiervan werden er 12 effectief uitgevoerd. Waarom de terechtstellingen plaatsvonden valt niet meer in alle gevallen in detail te achterhalen. Van 3 strafdossiers ontbreekt zelfs elk spoor. Maar de grote lijnen kennen we wel. De enige buitenlander, de Duitse soldaat Otto Hoffmann, werd geëxecuteerd omdat hij in Eppegem een vrouw zou hebben vermoord. De roep om wraak was niet uit de lucht. Het vuurpeloton doorzeefde Hoffmann. Zijn lichaam werd zonder enig ontzag in een kuil geworpen die inderhaast werd dichtgegooid, waarna uitgelaten soldaten dansten op zijn graf. De 11 Belgen stierven op beschuldiging van moord (2), postverlating (5) en insubordinatie (4).

Oorlogslogica

Oorlog wordt gevoerd volgens een eigen logica met een ijzeren discipline als sluitstuk. Nieuwe soldaten wordt dat met veel poeha ingestampt. Wie de bevelen van oversten in twijfel trekt of negeert, weet dat hij zware straffen riskeert. In vredestijd willen militaire rechtbanken nog enige clementie tonen. Maar in oorlogstijd gelden andere regels. Zeker tijdens het eerste oorlogsjaar toonden de soldatenrechters zich weinig inschikkelijk.

De harde aanpak moest de slagkracht versterken. Met verbijstering had koning Albert in de eerste oorlogsmaanden de wanordelijke terugtocht van de haveloze troepen meegemaakt. Hij eiste een drastische ommekeer. Daarom drong auditeur-generaal baron René Durutte in zijn omzendbrief van 5 september 1914 aan op strenge straffen om de discipline te versterken met de doodstraf als ultieme sanctie.

Alleen koning Albert kon de uitvoering van de doodstraf afwenden door genade te verlenen. Tussen september 1914 en mei 1915 weigerde hij die gunst aan Elie de Leeuw, Alphonse Verdickt, Jean Raes, Leopold Noël, Alphonse Gielen, Louis Devos, Victor Remy en Henri Reyns. Vooral strategische redenen gaven de doorslag. Met de terechtstelling van deze volksjongens -zonder noemenswaardig verweer – werd een voorbeeld gesteld. Daarom moesten legereenheden de executies vaak verplicht bijwonen. De terechtstelling van Henri Reyns op 17 mei 1915 was een kantelmoment. Nadien weigerde de koning enkel nog genade aan moordenaars.

Een rechtsgang op de dool

Uitzonderingssituaties zoals oorlogen leiden tot afwijkingen van de dagelijkse routine, ook in de rechtspleging. Voor de militaire rechtspraak werden krijgsraden ten velde opgericht. Die uitzonderingsrechtbanken konden door een gebrek aan middelen niet goed functioneren. Nefast voor een onpartijdige rechtsgang was dat de auditeurs tegelijkertijd als onderzoeksrechter en openbaar aanklager optraden. Die functies zijn nochtans onverenigbaar. Een onderzoeksrechter moet bewijzen pro en contra een verdachte opsporen en op grond daarvan beslissen tot vervolging of niet. Een openbaar aanklager daarentegen moet bij vervolging de verdachte in staat van beschuldiging stellen.

Inbreuken op de juiste procedures waren schering en inslag. Alphonse Verdickt werd veroordeeld door een krijgsraad die ongeldig was samengesteld. De aanklacht tegen Elie de Leeuw en Victor Remy steunde op een Voorlopig Reglement uit 1799, waarvan het Militaire Gerechtshof in 1916-17 oordeelde dat het rechtskracht miste. Verder genoten de beschuldigden in de periode 1914-15 geen beroepsmogelijkheid en waren de vonnissen van de krijgsraden definitief. Processen konden zo in ijltempo worden afgerond en doodstraffen snel uitgevoerd, als de koning genade weigerde. Opmerkelijk is ook dat de strafmaat in de loop van de jaren wijzigde. Wie in het begin van de oorlog werd veroordeeld, had meer te vrezen.

Hallucinant is dat leden van de krijgsraad onder druk van de legertop rechtszaken gingen sturen. Auditeur Gielen bijvoorbeeld liet zijn naamgenoot Alphonse Gielen en Louis Devos, beticht van postverlating, eerst vrijuit. Kort daarna herformuleerde hij zijn aanklacht met toevoeging van het bezwarend element dat de postverlating was gebeurd ‘in het zicht van de vijand’. Prompt eiste hij de doodstraf. Wellicht kwam Gielen terug op zijn eerste beslissing onder druk van majoor Lefèvre die Gielen en Devos een zware straf in het vooruitzicht had gesteld. In het geval van Henri Reyns verdoezelde generaal-majoor Armand de Ceuninck tegenover koning Albert dat de krijgsraad niet unaniem maar bij meerderheid van stemmen adviseerde niet in te gaan op het genadeverzoek van de advocaat. En verheelde hij bovendien niet dat er een voorbeeld moest worden gesteld. De koning volgde De Ceuninck. Het lot van Reyns was bezegeld.

Ontluikende dissidentie

De terechtstelling van Henri Reyns, in aanwezigheid van verschillende compagnieën, op 17 mei 1915, was een breekpunt. Ook bij de terechtstelling van Alphonse Verdickt en Jean Raes was al commotie onder de strijdmakkers ontstaan. Maar nu liep de emmer haast over. Was er begrip voor de doodsangsten die Henri Reyns verlamden? Zijn terechtstelling lokte in ieder geval grote weerzin uit. Ze schoot dan ook haar doel voorbij, zelfs letterlijk. Het vuurpeloton liet het bewust afweten, zodat Reyns met een genadeschot moest worden afgemaakt. De legertop had het signaal begrepen. Op enkele moordenaars na, zou koning Albert voortaan telkenmale genade verlenen. Het aantal – in het oog springende – processen voor de krijgsraden werd afgebouwd, maar het aantal – minder zichtbare – disciplinaire straffen werd uitgebreid. En die konden ook best zwaar zijn.

De omslag in de bestraffing werd mee geforceerd door het middenkader. Officieren op sleutelposities werden zich gaandeweg meer bewust van het demoraliserend effect van impopulaire acties en maatregelen. Zo meldde majoor Lahire aan de legertop dat de verdediging van de voorpost Drie Grachten desastreus was voor het moreel, omdat ze zoveel levens eiste, terwijl de controle over de post strategisch zonder meerwaarde was. Uiteindelijk zwichtte hardvreter De Ceunink voor de kritiek en liet hij de voorpost voor wat hij was.

Guy Leemans

Verdere lectuur

Wie meer wil weten over de terechtstellingen, kan terecht bij Siegfried Debaeke, De dood met de kogel. Debaeke is de man achter Uitgeverij De Klaproos, die sinds 1992 tal van boeken over de Eerste Wereldoorlog heeft gepubliceerd. Hierin wordt regelmatig aandacht geschonken aan de situatie van de gewone soldaat. In De jacht op de flaminganten. De strafrechtelijke repressie van de flaminganten aan het Belgisch front vlooide prof. dr. Jos Monballyu uit hoe het stond met de strafrechtelijke vervolging van Vlaamsgezinden achter het front. Nadere info bij Uitgeverij De Klaproos, Ezelstraat 79, 8000 Brugge, www.klaproos.be