De oorlog in Syrië – door een andere bril

De ingewikkelde oorlog in Syrië bekijken we met de bril die we gewoon zijn: de berichtgeving in de gewone media. Af en toe een andere blik op de zaak werpen kan verrijkend zijn. Hieronder proberen we dat met enkele voorbeelden te doen, zonder zelf inhoudelijke conclusies te trekken of partij te kiezen. Het oordeel is aan de lezer…

Bashar al-Assad - Foto: Fabio Rodrigues Pozzebom: ABr op Wikimedia Commons
Bashar al-Assad – Foto: Fabio Rodrigues Pozzebom:
ABr op Wikimedia Commons

Voorbeeld één: de bevrijding (?) van Aleppo

Informatie uit eerste hand en zelf ingewonnen inlichtingen verdienen óók een plaats, naast de berichten die we in het journaal en de kranten voorgeschoteld krijgen. Dat maakt het verslag van Jan Oberg van de Trans National Foundation (TFF) interessant. Hij was als vredesonderzoeker van 10 tot 14 december 2016 in Aleppo om er te observeren en met alle betrokken partijen te praten. En om met de opgedane kennis realistische vredesvoorstellen te kunnen uitwerken met zijn instituut.

Net toen raakte ook het oostelijke deel ‘bevrijd’ van de rebellen (het Vrije Syrische Leger en al-Nushra). 34.000 inwoners konden naar rebellengebied ten westen van Aleppo vertrekken (lees: ze gingen op de vlucht voor het Syrische regime), na een akkoord tussen Iran, Rusland en Turkije. Dié mensen kregen in onze media alle aandacht. Oberg zag echter ook hoe tienduizenden anderen in Aleppo bleven en vierden dat ze na vierenhalf jaar weer vrij waren. Bevrijd van de onderdrukkende rebellengroepen die meestal gesteund waren door NAVO-landen, legt Oberg de vinger op de wonde. Een belangrijk Syrisch industrieel improviseerde in zijn verwoeste fabriek dadelijk een schooltje voor de kinderen die al jaren niet naar school hadden gemogen. Ook Midden-Oostenkenner en oorlogscorrespondent Robert Fisk waarschuwde toen al (aangehaald in De Standaard) voor die ‘andere waarheid’: Assad foltert en executeert, maar veel rebellen die het Westen steunt zijn óók ongemeen wreed. “Terwijl we afwijzend schrijven over de wreedheden van IS in Mosul, negeren we opzettelijk het gedrag van de rebellen in Aleppo.”

Aan dat ‘negeren’ bezondigen zich onze media, onze politici en wijzelf, telkens als iets niet past in hun/ons referentiekader, in onze indeling goeden/slechten. Elk bericht over burgerbombardementen, chemische oorlogsvoering en folteringen door het Syrische leger bevestigt die indeling, maar over berichten die ook ‘de goeden’ beschuldigen, vernemen wij en de journalisten of hoofdredacteurs liever niets. Ook Oberg, in die periode als een van de zeldzame bronnen aanwezig, ondervond dat. Hij was bij de allereerste buitenlanders om in Oost-Aleppo de verwoestingen te zien en om vrijelijk te kunnen praten met de “uitgeputte maar immens gelukkige burgers” (zijn woorden). Hij stelde zich ter beschikking van de pers, met foto’s en rapporten en voor interviews, maar kreeg omzeggens geen reactie – hoe bekend hij ook is. Kwam het later toch sporadisch tot een vraaggesprek, dan ging dat niet over het lijden van de burgers, noch over de velen die zich – volgens zijn analyse – bevrijd voelden; maar wel over zijn vermeende sympathie met het regime omdat hij ‘embedded’ was bij het leger. Onterecht, want in die omstandigheden zoekt elke journalist die bescherming op. Einde februari stelt hij vast dat zijn foto’s en bevindingen intussen wél zijn opgepikt via de sociale en alternatieve, maar omzeggens niét in de grote media; daarin schijnt Aleppo plots verdwenen.

Om dit voorbeeld te plaatsen, hebt u recht op wat info over die TFF van Jan Oberg. Die vinden we in zijn conclusie waar hij besluit dat gewone media – vermoedelijk om politieke redenen – feiten zoals die school in de verwoeste fabriek, liever niet brengen: “TFF doet dat wél. Omdat wij een denktank voor onafhankelijk onderzoek zijn. Wij zoomen in op de civiele samenleving – de media op geweld en oorlogsmisdadigers. Wij zoeken naar kansen op vrede, de anderen richten hun energie op het beschuldigen van deze of die partij zonder zich te bezinnen hoe de onderliggende conflicten op te lossen zijn. TFF werkt in de geest van het VN-charter: vrede nastreven via vredevolle middelen.”

Voorbeeld twee: een kader voor vrede in Syrië

Oorlogshospitaal bij het begin van de strijd in Aleppo (2012) - Foto: Scott Bobb - VOA op Wikimedia Commons
Oorlogshospitaal bij het begin van de strijd in Aleppo (2012) – Foto: Scott Bobb – VOA op Wikimedia Commons

Nieuwsmedia hebben een andere agenda dan vredesinstituten, die ons beeld dus kunnen verbreden. In november publiceerde de ‘Bund für Soziale Verteidigung’ (BSV) een beknopte, gratis downloadbare tekst: Frieden für Syrien? Eine Argumentationshilfe. In vijf dimensies, met telkens een stand van zaken gevolgd door conclusies, schetst de BSV de voorwaarden voor vrede. Een oplossing moet – middels lokale wapenstilstanden en humanitaire hulp in wapenvrije zones – van de bevolking zélf komen, niet van buitenaf. Stop de oorlog tegen IS: hij creëert nog meer terroristen – ook na een IS-nederlaag. Alle buitenlandse troepen moeten weg en lokale strijders moeten een re-integratie in de samenleving krijgen. Het Koerdisch probleem – ook in Turkije – moet opgelost worden met autonomie. Een conferentie met alle staten van het Nabije en Midden-Oosten (Sjiieten én Soennieten) zou zich kunnen spiegelen aan de succesvolle OVSE in Europa. En ons naar Syrië verschoven conflict met Rusland moet om te beginnen in Oekraïne opgelost worden.

Voorbeeld drie: het heldendom van de Witte Helmen

Nog eentje van Jan Oberg om af te ronden: de Witte Helmen, die vorig jaar naast de Nobelprijs voor de Vrede grepen maar wel de Right Livelihood Award kregen. In Aleppo en andere rebellenbolwerken staan/stonden ze op de uitkijk om te verwittigen als vliegtuigen komen bombarderen. Ze zoeken naar doden en gewonden in het puin en hebben zo al tienduizenden gered. Op kerstavond 2016 beschreef De Standaard hen als gewone bakkers, kleermakers, bouwvakkers, studenten, die hun leven riskeren om lotgenoten te redden. De krant hekelde de lastercampagne in de sociale media, “uitvergroot door Poetins spreekbuis Russia Today.”

Moeten we die verering wat relativeren? Oberg heeft redenen voor twijfel, we moeten goed uitkijken van wie welke informatie komt. De Witte Helmen opereren alleen in zones die vechten tégen Assad. De buitenlandse financiële steun – meestal uit landen die in Syrië en Irak bombarderen – is duizelingwekkend. Hun marketingcampagne, politiek lobbywerk, video’s, websites, het catchy inspelen op de emoties… zijn veel te professioneel – én te peperduur – voor bakkers en bouwvakkers die louter levens redden. Hun oprichting situeerde zich in kringen van oliebelangen, spionage en huurlingenoperaties. Het hoeft volgens Oberg echter geen of/of verhaal te zijn, misschien zijn er wél veel idealisten bij, maar ook anderen, én ze worden vanuit het buitenland misbruikt in de propagandaoorlog… Vanuit vroegere observaties in de oorlogen in ex-Joegoslavië waarschuwt hij voor inmenging en infiltratie door militairen in humanitaire ngo’s in conflictzones waar ze tegelijk of samen opereren.

Besluit

De gewone media zijn hun monopolie kwijt. De sociale media, blogs, alternatieve nieuwswebsites, twitter, volgers… enz. zijn niet per se méér betrouwbaar, maar wel nuttig voor een vollediger beeld, een andere stem, het lokale getuigenis. Met de nieuwe communicatietechnologie zijn ook wederzijds contact en eigen inbreng mogelijk. Ja, het is er niet eenvoudiger op geworden…

Peter Jochems

De Vos, maart 2017