Een eeuw heldenhulde – zomer 1916-2016

Graven voor Vlaanderen en vrede

Toen de Grote Oorlog vastliep, kon eindelijk fatsoenlijker eer worden bewezen aan de ongelukkigen die omkwamen. In de zomer van 1916 namen Vlaamse frontsoldaten het initiatief tot Heldenhulde, als alternatief voor de discriminerende Belgisch-tricolore grafcultuur.

Eenmaal de Eerste Wereldoorlog verzandde in een stellingenoorlog, kwam er tijd en ruimte om omgekomen makkers de laatste eer te bewijzen. Voorheen waren begrafenissen veelal een zaak van improvisatie, als een teraardebestelling überhaupt al mogelijk was. Einde augustus 1915 legde de Belgische regering uniforme grafvoorschriften op. Op de graven moesten zwarte houten kruisen worden geplaatst, met uitsluitend Franstalige persoonsgegevens en ‘Décédé’ of ‘Mort’ ‘pour la Patrie’.Later werd daar nog een tricolore plaket ‘Cocarde de Souvenir’ aan toegevoegd.

Vervlaamsing in de breedte en de diepte

De uitsluitend Franstalige opschriften waren in strijd met de geest van de legertaalwet van 23 mei 1913. Die was niet naar de zin van de Franstalige legerleiding. Zij zag het leger als het cement van de natie, met een eentalige bevelvoering. Eenmaal oorlog kwam de overwinning op de eerste plaats, voor haar reden te meer om de Vlaamse verzuchtingen te negeren. Tegemoetkomen aan de Vlaamse grieven zou de militaire slagkracht ondergraven. Kortom, discriminatie bleef schering en inslag – ‘Pour les flamands la même chose’.

Dr. Jozef Verduyn
Dr. Jozef Verduyn

Langs Vlaamsgezinde zijde voltrok zich aan het front echter een ingrijpende evolutie. Bij de Duitse inval beantwoorden heel wat Vlaamse jongemannen de oproep van koning Albert, waarin hij de Vlamingen herinnerde aan de Guldensporenslag. Vlaamsgezinden, vaak al voor de oorlog actief in het Vlaamse studentenleven, lazen hierin een erkenning van de Vlaamse eigenwaarde. Jongeren zoals de Temsese gebroeders Van Raemdonck trokken enthousiast naar het front. Maar oorlog is geen spel. Frans en Edward zouden nooit weerkeren…

‘Moest ik met een Frans uithangbord bij Sint Pieter aankomen dan vloog ik zeker als verrader van mijn volk aan de deur…’

Eenmaal het front gestabiliseerd, gaf de aanslepende confrontatie met lijden en dood tijd en ruimte voor reflectie. In de vuurlinie groeide het ongenoegen over de Vlaamse tweederangspositie. Meer en meer Vlaamse Fronters werden de miskenning van hun taal-culturele eigenheid beu. Dat dit zelfs gebeurde over de dood heen was er allengs te veel aan. Op zijn blog In Vlaanderens velden citeert cultuurwetenschapper Jan Huijbrechts aalmoezenier Flor Fierens, die schreef dat op zijn graf een Nederlandstalige zerk moest worden geplaatst omdat hij weigerde mee te werken aan ‘… de akelige verfransing van onze dodenakkers. Moest ik met een Frans uithangbord bij Sint Pieter aankomen dan vloog ik zeker als verrader van mijn volk aan de deur…’

Meer dan een dodenhulde

In de zomer van 1916 gaven vooroorlogse studentenleiders met steun van Cyriel Verschaeve het startschot voor heldenhulde. Spil van de werking was dr. Jozef Verduyn, na de oorlog in 1919 stichter van VOS. Legeraalmoezenier Paul Vandermeulen rapporteerde in het Limburgsch Studentenblaadje voor Oorlogstijd van 25 september 1916: ‘De studenten, oud-studenten, hoogstudenten en oud-hoogstudenten voelen het een plicht hulde te brengen aan de talrijke, en helaas, wij moeten het bekennen, dikwijls te veel vergeten makkers die op het veld van eer gevallen zijn. Een werk is dan opgericht geworden om de graven van onze gesneuvelde medebroeders te versieren: ‘Heldenhulde’.’

‘Het martelarenbloed onzer makkers zal vruchtbaar zijn: ons gansche volk wordt erdoor herboren ’.

Heldenhulde stond voor het herdenken van de gestorven kameraden in alle piëteit. Maar het ging om meer dan dat. In het in Engeland uitgegeven De Stem uit België van 22 december 1916 lezen we de opdracht die Heldenhulde zich stelde: ‘Heldenhulde is eene spontane uiting van onzen trouw aan de gesneuvelde makkers en een blijk van erkentenis voor het aandeel dat zij genomen hebben in den strijd voor het Recht, d.i. in den strijd voor België nu, in den strijd voor Vlaanderen, vóór en binst den oorlog (…) En sterk door dat vergoten bloed, zullen wij onze eischen mogen stellen, ongenadig en onverbiddelijk; (…) Het martelarenbloed onzer makkers zal vruchtbaar zijn: ons gansche volk wordt erdoor herboren ’.

Heldenhuldezerkje
Tekening Heldenhuldezerkje

Model voor Heldenhulde werd de zerk die Joe English had ontworpen voor het graf van de in mei 1916 gesneuvelde studentenleider Firmin Deprez: een Keltisch kruis met als opschrift in het kruis de letters AVV-VVK (‘Alles voor Vlaanderen’ – ‘Vlaanderen voor Kristus’), boven een blauwvoet. Het kruis verwees naar het leven, het lijden en de dood en de verrijzenis van Christus en de hoop op het eeuwige leven. Voor de katholieke initiatiefnemers was ‘Vlaanderen voor Kristus’ een evidentie. ‘Alles voor Vlaanderen’ weerspiegelde dat ze de omslag hadden gemaakt van ‘België boven’ naar ‘Vlaanderen boven’. De eerste zerkjes zouden worden geplaatst in april 1917.

Heldenhulde – blijvend actueel

Op 8 juni 1917 schreef Cyriel Verschaeve in De Belgische Standaard: ‘Heldenhulde (…) ’t Zal zerken zetten, onbepaald voort, als een gemoedelijke hulde van hun gemoedrijk volk, zoolang als de oorlog duurt en later ook, maar later zal het volk zelve naar de graven brengen, in heele scharen, in heele bedevaartgangen, van alle hoeken des lands’. Verschaeve maakte zijn rol als ‘ziener’ waar. Na de oorlog togen jaarlijks duizenden naar de graven in de Westhoek. Vanaf 1924 verzamelden de bedevaartgangers in Kaaskerke (Diksmuide), vanaf 1930 in de schaduw van de eerste IJzertoren, eigenlijk een uitvergrote heldenhuldezerk.

Als Memoriaal van de Vlaamse Ontvoogding en Vrede is de toekomst van de IJzertoren bij wijze van spreken verzekerd. Dat geldt niet voor alle heldenhuldezerkjes ten Vlaamse lande – en zelfs eentje in Wallonië. VOS spant zich al jaren in ter behoud van de resterende heldenhuldezerkjes op niet-beschermde grafpercelen. Deze stenen getuigen van de oorlogsellende en de Vlaamse discriminatie in 1914-18 mogen niet alleen omwille van hun erfgoedwaarde verloren gaan. Ze roepen ons immers ook nu op om de mouwen op te stropen voor de verdere Vlaamse natievorming in een vredevoller wereld.

Alle hulp is welkom. Wie zijn steentje wil bijdragen, kan contact nemen met het VOS-secretariaat via info@vosnet.org. Ook financiële hulp met vermelding ‘Gift’ op BE 22 7450 7289 3347 wordt in dank aanvaard.

Guy Leemans
De Vos juli-augustus, p 4-5


filip de pillecyn
filip de pillecyn

Herdenking Filip De Pillecyn. Campo Santo
Sint-Amandsberg, zo. 28 augustus, 15u.

Op zondag 28 augustus, 15u. organiseert het Filip De Pillecyncomité met medewerking van VOS een gegidste wandeling langs de graven van beroemde Vlamingen op het Campo Santo. Samenkomst aan het portaal van de Sint-Amanduskerk, Visitatiestraat 13, Sint-Amandsberg.

Op de erebegraafplaats bevindt zich naast heldenhuldezerken ook de laatste rustplaats van Filip De Pillecyn, lid van het Comité Heldenhulde.

De wandeling eindigt in het Sint-Janscollege (Visitatiestraat 5) met een gelegenheidstoespraak van prof. em. dr. Frans-Jos Verdoodt over de plaats van De Pillecyn in het Pantheon der Vlaamse Letteren. Er wordt afgesloten met een hapje en een drankje.

Deelnameprijs: €7 voor leden van VOS en het FDP-comité; €10 voor derden.
Inschrijven voor 15 augustus via Emmanuel.Waegemans@telenet.be of 0478/28.31.94. Betaling via storting op BE30 7460 0763 9911 van het FDP-Comité.


Op komst: Publicatie over Heldenhulde
onder redactie van Frank Seberechts met
– niet eerder geopenbaard bronnenmateriaal
– foto’s van Sam Vanoverschelde, achterkleinzoon van Joe English