Heldenhuldezerkjes te boek gesteld

Op de kop 100 jaar na zijn sneuvelen, op 21 mei, lanceerden VOS en Aan de IJzer bij het heldenhuldezerkje van Firmin Deprez de campagne ‘Bloemen voor Helden’. Een eeuw eerder had Joe English het zerkje voor het graf van de betreurde studentenleider uitgetekend. Heldenhulde was een feit. Binnenkort presenteert het ADVN een boek en tentoonstelling over dit markante stukje Vlaamse geschiedenis.

De heldenhuldezerkjes blijven aanspreken, als stenen getuigen van de Vlaamse tragiek en bewustwording aan het IJzerfront. Al voor de oorlog won de idee van een Vlaamse en Waalse sub-natie gestaag veld. In Vlaanderen kreeg de eis tot vernederlandsing van de Rijksuniversiteit Gent over de partijgrenzen heen almaar meer aanhang. Met zijn Lettre au Roi sur la séparation de la Wallonie et de la Flandre veroorzaakte de wallingantische socialist Jules Destrée in 1912 veel ophef. In datzelfde jaar verduidelijkte de Vlaamse socialist August Vermeylen de Belgische tweeledigheid voor een Nederlands publiek in Germaanse en Romaanse cultuur in België.

‘Politiek’ aan het front

Bij de brutale Duitse inval speelde koning Albert gewiekst in op die groeiende bewustwording in Noord en Zuid. In zijn oproep om de wapens op te nemen erkende hij beide bevolkingsgroepen door te verwijzen naar geromantiseerde heldhaftige episodes uit ‘hun’ geschiedenis, de Guldensporenslag en de 600 Franchimontezen. Al bevestigde Albert zo de dualiteit van België, op korte termijn was het een geniale zet. Duizenden vrijwilligers meldden zich ter versterking van het reguliere Belgische leger, ook vele flaminganten. Toen de oorlog voor jaren verzandde in de loopgraven, verstomde het aanvankelijk enthousiasme evenwel en maakte het plaats voor gelatenheid en zelfs defaitisme.

Met allerlei initiatieven zoals studiekringen pakten Vlaamse studentenleiders de vooroorlogse draad terug op om de soldaten een hart onder de riem te steken en af te schermen van slecht geachte invloeden. De statische oorlog gaf veel ruimte voor overpeinzing, ook over de Vlaamse kwestie. De legertop gruwde van die ‘politiek’ aan het front, omdat ze de militaire slagkracht zou bedreigen. L’union fait la force – in het Frans, zeg maar. De Vlaamsgezinden, met de oproep van koning Albert vers in het geheugen, geraakten allengs meer gefrustreerd omdat hun groeiende hoop op compensaties voor de Vlaamse eisen ijdel bleek.

‘Pour les flamands la même chose’ De Vos, zomer 2016, pp. 4-5 - ill. 2 - als foto

De begrafeniscultuur in het Belgische leger wakkerde het Vlaamse ongenoegen aan. Ook over de dood heen bleef het Frans de voertaal. Het was en bleef Pour les flamands la même chose. Ongeacht hun afkomst en taal, werden Vlaamse gesneuvelden begraven onder de leuze Mort pour la patrie. Heldenhulde ontstond als reactie op dit gebrek aan respect. In de kruiskop van de door Joe English ontworpen heldenhuldezerk prijkt bovenaan AVV-VVK. De gesneuvelden werden als helden opgevoerd, vanuit de voorstelling
dat ze het grootste offer hadden gebracht voor Vlaanderen. Zo werd betekenis gegeven aan wat zinloos leek. De belangrijkste gangmaker was dr. Jozef Verduyn, in 1919 stichter van VOS.

Voor Belgicistische kringen, en zeker de legertop, waren de zerkjes een doorn in het oog.
Dat de groei van de Vlaamse sub-natie precies in een militaire context vleugels kreeg, was voor hen ondraaglijk. Reden waarom de zerkjes al tijdens de oorlog, maar ook in de na-oorlog werden geschonden. Met die grafschennis, iets wat in vele culturen als het laagste van het laagste wordt begrepen, bereikten ze echter een averechts effect.

De redding nabij?

Als jong meisje was Griet Ryckeboer er bij de ouderlijke boerderij in Adinkerke getuige van hoe verbrijzelde zerkjes werden gebruikt om er een kerkhofweg mee aan te leggen. Het beeld liet haar nooit meer los. Als hoogbejaarde dame smeekte ze in 2002 VOS in haar geestelijk testament om de resterende heldenhuldezerkjes van de ondergang te behoeden. Haar vrees was dat de tand des tijds die verder zou decimeren. Omdat het behoud van de zerkjes op gewone burgerlijke begraafplaatsen afhing van de alertheid van concessionarissen, waren er in de loop van de tijd immers een aantal geruimd. Om te voorkomen dat er nog zouden verdwijnen, had ze samen met haar echtgenoot Berten Hendryckx en de hulp van kennissen een foto- inventaris van de heldenhuldezerkjes samengesteld. Met dus de oproep aan VOS om die zerkjes in stand te houden.

VOS nam de laatste wil van het echtpaar Hendryckx-Ryckeboer met grote eerbied ter harte. Al snel bleek dat de inventaris niet volledig was. Om de hiaten op te vullen plande VOS een systematische prospectie over het Vlaamse land. Om de kosten te dekken zocht het steun bij het Agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid. Omdat enkel erfgoedinstellingen – wat VOS niet is – van die ondersteuning kunnen genieten, wees Vlaams minister van Onroerend Geert Bourgeois Erfgoed de middelen toe aan een project van het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-Nationalisme (ADVN).

Opdracht VOS

Onder supervisie van historicus Frank Seberechts bracht het ADVN in een databank gegevens van de zerkjes samen, steunend op de inventaris van het echtpaar Hendryckx-Ryckeboer en op veldwerk van Jan Huijbrechts en Peter Verplancke, allebei gebeten door de thematiek. Beiden verleenden ook hun medewerking aan een publicatie. Kunstfotograaf Sam Vanoverschelde, achterkleinzoon van Joe English, leverde foto’s voor een tentoonstelling.

Met het boek en de tentoonstelling Heldenhulde leverde het ADVN een mooie bijdrage aan de geschiedenis van Heldenhulde. Voor VOS blijft het zaak om de in kaart gebrachte zerkjes voor de toekomst te vrijwaren.


Guy Leemans

 

Wetenswaardigheden

fsUit een gesprek met projectleider Frank Seberechts puurden we volgende weetjes:

* Je kan de heldenhuldezerkjes in 4 categorieën indelen: zij die werden geplaatst op graven van gesneuvelden (1) tijdens of kort na de oorlog (vóór 1925) en (2) na 1925, bv. de zerkjes in Watou; (3) zij die werden geplaatst op graven van oud-strijders – dikwijls door VOS met een VOS-monogram, (4) imitaties van klassieke heldenhuldezerkjes, maar dan bv. in groter afmetingen zoals de heldenhuldezerk van Cyriel Verschaeve in Alveringem.

* Ook buiten Vlaanderen werden er enkele heldenhuldezerkjes geplaatst. In Wallonië rest er thans nog zeker één, met name in het Henegouwse Anseroeul, ten zuiden van Ronse. Het zerkje staat op het graf van Ivo Odo van Pevenaeyge, geboren in het Oost-Vlaamse Maarke-Kerkem in 1893, maar nog voor de oorlog met zijn ouders verhuisd naar het Waalse Anseroeul. Van Pevenaeyge sneuvelde in juli 1917 en werd oorspronkelijk onder een heldehuldezerkje begraven op de militaire begraafplaats van Hoogstade-Linde. Na de oorlog liet zijn familie het lichaam met de heldenhuldezerk overbrengen naar het kerkhof van Anseroeul. Overigens liet Van Pevenaeyge een interessant oorlogsdagboek na, in 2009 uitgegeven door Lannoo.

* Niet alle heldenhuldezerkjes zijn identiek. Soms werd er voor de zerkjes nog een speciale deksteen geplaatst. In Meerhout (Kempen) bv. is op de dekstenen van 2 zerkjes een Vlaamse Leeuw afgebeeld.

boek-heldenhuldeWie meer wenst te weten, kan daarvoor terecht in de publicatie Onsterfelijk in uw steen. Soldatengraven, heldenhulde en de Groote Oorlog, uitgegeven door het ADVN en Uitgeverij Vrijdag. Te bestellen via het ADVN, Lange Leemstraat 26, 2018 Antwerpen, tel. 03/225.18.37 of info@ADVN.be aan de prijs van €29,95.

Presentatie boek & tentoonstelling
Donderdag 17 november, 19.30u.-21.30u.
Paterskerk, Delaerestraat 33, 8800 Roeselare
Publieksopening tentoonstelling Heldenhulde met toespraken namens gaststad Roeselare, het ADVN, VOS en de fotograaf.

 

De Vos, november 2016