Nieuwe staatshervorming vereist Vlaamse strategie

Subsidiariteitsbeginsel als leidmotief

De historische verkiezingsoverwinning van de N-VA in 2014 deed menigeen dromen van een snelle nieuwe ronde in de staatshervorming. Zo eenvoudig ligt dat echter niet. Toch bereidt Vlaanderen zich best goed voor op een volgende fase, aldus Frank Judo. Als expert in staatsrecht deed hij een boeiende voorzet op de Algemene Vergadering van VOS.

De communautaire stilstand na 2014 is niet onlogisch, omdat je moeilijk een nieuwe fase kan ingaan vooraleer de lopende is afgerond en omdat de voorafgaande onderhandelingen gemakkelijk jaren aanslepen. Los hiervan zou politiek Vlaanderen er goed aan doen de laatste staatshervorming grondig te analyseren. Allicht komt de communautaire kwestie immers bij de volgende verkiezingen terug op tafel.

Interne dynamiek

Daarbij moeten we ons niet zozeer vastpinnen op wie de volgende staatshervorming zal

Frank Judo tijdens AV 2016
Frank Judo tijdens de Algemene Vergadering van VOS – oktober 2016

inleiden, maar op wàt ze zal uitlokken. De interne dynamiek van systemen laat zich niet gevallen aan personen en partijen. Wat niet wegneemt dat er al bij al weinig aandacht is voor het staatshervormingsproces. Hierin ligt meteen een opdracht voor de Vlaamse beweging besloten. Frank Judo adviseert haar alvast afscheid te nemen van enkele klassieke, maar irrelevante en voor Vlaanderen zelfs mogelijk nadelige scenario’s.

Contraproductieve recepten

Homogene bevoegdheidspakketten mogen, aldus Frank Judo, niet langer een fetisj zijn. De Luikse jurist Jean-Claude Scholsem zei ooit dat wie een grensconflict wil oplossen door de grens te verleggen, gewoon het grensconflict verlegt. Het is niet anders bij homogene bevoegdheden. Eenmaal bepaalde bevoegdheden in handen, wordt gemikt op bijkomende overdrachten om zo efficiënter te kunnen werken. Het addertje onder het gras is dat homogenisering 2 richtingen kan uitgaan: niet alleen de-federalisering, maar ook her-federalisering.

Vlaamsgezinden hebben ook dikwijls enthousiast verwezen naar artikel 35 van de Grondwet, dat bepaalt dat de federale overheid alleen die bevoegdheden mag uitoefenen die haar nadrukkelijk zijn toegewezen. Alle andere, ‘residuaire’, bevoegdheden komen dan automatisch bij de deelstaten terecht. Net als ingeval van de homogene bevoegdheidspakketten kan dit echter net zo goed worden uitgespeeld om te her-federaliseren als om te de-federaliseren. Daarom pleit Frank Judo voor een definitief afscheid van dit artikel.

Evenzeer adviseert hij om de concepten ‘staatshervorming’ en ‘staatsvorming’ te bannen. Bij het gebruik van ‘staatshervorming’ negeer je dat Vlaanderen een (deel)staat zou zijn. Vlaanderen voldoet nochtans aan de minimumvoorwaarden. Het kent een territorium en bevolking, waarop een rechtssysteem van toepassing is. Het is bovendien subject van internationaal recht. Daarnaast is het titularis van de 3 staatsmachten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke. Op grond daarvan heeft Vlaanderen een grote graad van ‘Staatlichkeit’.

Een kleine of een grote ronde?

Bij een nieuwe staatshervorming zijn er ruwweg 2 mogelijkheden, een kleine of een grote ronde. Ingeval van een kleine beperkt men zich tot de overdracht van een aantal bevoegdheden. Het alternatief is een grote, waarbij wordt afgesproken enkel nog samen te doen wat men samen wil doen. De confederale piste, zeg maar. Dat vereist geen ‘big bang’. Frank Judo verwijst naar de Franstalige specialisten in grondwettelijk recht Pierre Wigny (+1986) en Olivier Beaud. Wijlen Pierre Wigny typeerde staatsrecht als het regelen van de verhoudingen tussen entiteiten met staatskarakter op basis van verdragen. Formele onafhankelijkheid is daarbij niet relevant. Olivier Beaud onderschrijft die stelling, maar acht ze raar maar waar niet van toepassing op België…

Artikel 34

Beter dan artikel 35 biedt artikel 34 een uitweg tot een confederale omslag. Dit artikel werd ingevoerd om de toetreding van België tot de Europese instellingen postfactum te regulariseren, maar heeft een algemene draagwijdte. Men mag aan een verdragsrechtelijk tot stand gebracht instrument pakketten van bevoegdheden van de federale overheid overdragen mits het gaat om een verdrag dat een instantie tot stand brengt en men federale bevoegdheden overdraagt aan die instantie, maar niet allemaal.

Het is vandaar perfect denkbaar dat Vlaanderen en Wallonië als subjecten van volkenrecht er voor kiezen een confederale instantie te scheppen die de bulk van de federale bevoegdheden overneemt. Daarvoor is niet eens een grondwetswijziging vereist, wel de samenwerking van alle deelstaten en een residu op federaal niveau. Artikel 34 is echter geen wondermiddel. Nadeel is dat je eens de consensus van eenieder nodig hebt, met name bij het instellen van deze logica.

Brussel?

Een van de heikelste punten in het debat over de staatshervorming blijft Brussel. Als oplossing schuift Frank Judo het ‘Maastrichts model’ oftewel een tweeherigheid naar voor. Brussel kan worden bestuurd door de twee grote deelstaten Vlaanderen en Wallonië. Zeker gezien de verwevenheid met beide deelstaten en de hoofdstedelijke functie van Brussel is dat perfect te verantwoorden. Het debat over Brussel focust zich echter niet hierop, maar wel op de fusie van de 19 Brusselse gemeenten. Die fusie zou Brussel evenwel versterken tegenover Vlaanderen. Strategisch is de Vlaamse steun in deze dus contraproductief. Maar er schort meer aan het Vlaamse discours over de staatshervorming, aldus Frank Judo. Dat mist visie en consistentie.

Subsidiariteitsbeginsel

Wil Vlaanderen vooruitgang boeken, dan vertrekt het best van het subsidiariteitsbeginsel: bevoegdheden worden toegewezen aan het laagst mogelijke bestuursniveau en enkel overgeheveld naar een hoger niveau als dat een meerwaarde biedt. Dit principe heeft niet alleen voordelen in de Belgische context, maar ook in Europees perspectief. Het laat bovendien toe om tussenniveaus zoals tussen Vlaanderen en Nederland te versterken.

Frank Judo sloot af: ‘U had mij veel denkstof gegeven. Ik ben u daar dankbaar voor. U hebt mij weinig tijd gegeven. Ik ben u daar ook dankbaar voor. Want weinig tijd is wat we hebben. We gaan binnen ruim anderhalf jaar naar federale verkiezingen toe. Dat wil zeggen dat we binnen een kleine twee jaar aan de uitwerking van een volgende staatshervorming zouden moeten zijn. Ik heb niet het gevoel dat er al veel voorbereidend werk is gebeurd en het siert ons om het voortouw te nemen bij dat voorbereidend werk’.

We weten wat ons te doen staat.

 

Guy Leemans

De Vos, december 2016