Vlaams project is beste waarborg voor duurzame welvaart en welzijn

De bescherming van minderheden mag niet ontaarden in de gijzeling van meerderheden. Die verwording heeft in België geleid tot een democratisch deficit. Door blokkerings-mechanismen is de Vlaamse meerderheid geminoriseerd en blijft een beleid op eigen maat uit. Enkel een Vlaams project kan een uitweg bieden.

De onderbrenging van de Chinese panda’s in de achtertuin van Elio di Rupo was meer dan een publiciteitsstunt. Zo zette de premier symbolisch in de verf waar het op staat: de federale regering is een werktuig in Franstalige handen voor Franstalige belangen. Dankzij het overdonderend verkiezingsresultaat van de PS in 2010 is Di Rupo heer en meester in het zuiden. In het noorden incasseerden de traditionele Vlaamse partijen zware klappen ten voordele van de N-VA, maar toch stapten CD&V, sp.a en Open VLD in een federale regering met een minderheid aan Vlaamse kant. Di Rupo lachte in zijn vuistje.

Loodgieterswerk à volonté

Het kwam tot een nieuwe, 6de staathervorming. CD&V, sp.a en Open VLD gaan prat op de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en de financiële impact. Maar ze zeggen er liever niet bij dat de bewoners van de 6 faciliteitengemeenten uit de Vlaamse Rand voortaan hun stem mogen uitbrengen op de tweetalige lijsten in Brussel-Hoofdstad, een flagrante schending van het territorialiteitsbeginsel. En dat ze voor de splitsing van het gerechtelijk arrondissement instemden met een zware personeelsherschikking ten voordele van de Franstaligen. Bovendien gingen de Vlaamse onderhandelaars akkoord met een onvoorwaardelijke cheque van bijna €500 miljoen aan Brussel, enzovoort. Niet te verwonderen dat het Vlinderakkoord aan Franstalige kant met feestgedruis werd goedgekeurd. Veel te goed is half zot, luidt het spreekwoord.

Het resultaat was eens te meer het product van het vertrouwde kunst en vliegwerk. Nochtans zou het stilaan duidelijk moeten zijn welke kwalijke erfenis ‘loodgieter’ Jean-Luc Dehaene en zijn generatiegenoten hebben nagelaten. Bij zijn evaluatie van het Vlinderakkoord stelde grondwetspecialist Willem Verrijdt een waslijst van gebreken vast. Hypercomplexe regelingen omtrent Brussel, de financiering en de verdeling van de bevoegdheden. Een schrijnend gebrek aan ondubbelzinnige regels en begrippen die eenieder naar eigen goeddunken kan interpreteren. Een versplintering van slecht afgelijnde bevoegdheden. Het resultaat laat zich raden: juridische haarkloverij en eindeloze conflictstof. Dat maakt een duurzame pacificatie en dus ook een efficiënt beleid onmogelijk. Verrijdt ziet als enige sterkte dat het toch nog tot een ‘compromis à la belge’ is gekomen. Wanneer het er onder gehuwden zo slecht aan toe gaat, zijn echtscheidingen geen taboe meer. Maar België blijft voor de traditionele partijen onaantastbaar. De kruik gaat echter zo lang te water tot ze barst. Het zou van moed en zin voor realiteit getuigen om klare wijn te schenken. Het is tijd voor een Vlaams project.

Geen paaseieren voor Vlamingen

Sommige vissen gedijen beter in troebel water. Daarom wilde Elio di Rupo niet dat de 6de staatshervorming tot een omslag zou leiden. Als het van hem afhangt, wordt die stap ook niet gezet tijdens de volgende legislatuur. Op Paasmaandag deelde de premier de Vlamingen geen paaseieren, maar nogmaals een uppercut uit. Het kernkabinet verklaarde artikel 195 van de Grondwet niet voor herziening vatbaar. Dit beruchte artikel bepaalt dat alleen die grondwetartikelen mogen aangepast worden die de vorige regering daartoe aanduidde. Het artikel werd indertijd verkocht als een rem op onbezonnen grondwettelijke aanpassingen. Maar voor die wijzigingen is hoe dan ook een tweederdemeerderheid vereist. De ware reden is dat het artikel functioneert als een veiligheidspal voor het Belgische systeem.

Artikel 195 is maar een van de grendels om dat systeem overeind te houden. Maar het Belgische systeem kraakt. Als de kiezer zijn kaarten heeft geschud, stevenen we misschien wel op de moeilijkste regeringsvorming ooit af. In De Tijd van 19 april herinnerde Rik Van Cauwelaert aan de ellenlange onderhandelingen na de laatste verkiezingen. Zijn we bijna beland op het punt waarop het onmogelijk wordt nog een Belgische regering te vormen, zoals Robert Houben, de laatste voorzitter van de unitaire CVP-PSC, ooit voorzag?

Omwille van de democratie

Stefan Sottiaux, een jonge grondwetspecialist van de KU-Leuven, brak onlangs een lans voor een grote bevoegdheidsoverdracht naar de deelstaten om democratische redenen: ‘Hoe kleiner de groep waarin collectieve beslissingen worden genomen, hoe groter de mogelijkheid van elke burger om met zijn individuele stem het beleid te beïnvloeden en hoe dichter het bestuur bij de burger staat’. Hij suggereerde een soort ‘Belgische Conventie’ naar Europees model te installeren, waarin zowel afgevaardigden van het federale als van het deelstatenniveau zouden zetelen om te beslissen over grondwetswijzigingen.

De suggestie van Sottiaux sluit aan bij de evolutie naar een uitsplitsing van de publieke cultuur in dit land. En binnen die afzonderlijke culturen, naar een groeiend besef van de verschillende belangen en voorkeuren. Zodat Louis Verbeke, voorzitter van de Vlerick Business School, half april terecht in De Tijd constateerde: ‘Vermits dit land een staat is maar geen natie, heeft het geen nationaal belang meer waarvoor regionale belangen zouden moeten wijken’. Wie desondanks de Belgische kaart trekt, zou de burger in volle transparantie moeten inlichten over de gevolgen van die keuze, ook financieel. Is het geoorloofd dat Vlaanderen jaarlijks, afhankelijk van de berekeningswijze, €8 tot €16 miljard naar het Franstalige landsgedeelte overhevelt terwijl het de nodige middelen ontbreekt om bijvoorbeeld zijn welzijnssector voldoende te financieren? Politiek is een kwestie van keuzen maken. Maar dergelijke vragen worden in de media nauwelijks opgeworpen. De Vlaamse Belgicisten mogen zich gelukkig prijzen dat ze het gros van de Vlaamse media in hun zak hebben.

Censuur

Bij gebrek aan argumenten behelpt het slinkend aantal Vlaamse Belgicisten zich van 2 mechanismen om België overeind te houden. Het ene is censuur. De geschreven media worden grotendeels beheerst door Belgicistisch georiënteerde journalisten. Die voorkeur vertaalt zich in de berichtgeving, bijvoorbeeld de mythe dat je institutionele kan loskoppelen van sociaaleconomische kwesties, terwijl ze in realiteit diep verstrengeld zijn. De enorme transfers van noord naar zuid worden in de ‘kwaliteitsmedia’ zoveel mogelijk doodgezwegen. Jaarlijks levert het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (VIVES) een uitgebreid rapport af over de geldstromen van noord naar zuid. In de meeste kranten en weekbladen wordt hieraan telkens slechts minimaal aandacht besteed. Een omstandige berichtgeving zou bij de Vlaamse kiezer én belastingbetaler immers fundamentele vragen kunnen oproepen. In plaats daarvan geven deze media katernen volop ruimte aan ‘wijze’ mannen zoals Luc Huyse en Marc Eyskens om hun gal te spuwen op de ‘populisten’ die de Vlaamse kaart trekken.

Surrealisme

Het 2de middel waarnaar journalisten zoals Marc Reynebeau grijpen is het zogezegde surrealistische karakter van België. Op het kruispunt van de ‘Germaanse’ en ‘Romaanse’ cultuur zou België zin ontlenen aan het onzinnige. In een psychedelische roes wordt elke redelijke argumentatie opgegeven voor een Belgisch-nationalistische retoriek van het gehalte van een (voortdurend) doorzopen Arno Hintjens. Raar maar waar kwalificeren de Europese nationalisten Herman Van Rompuy, Guy Verhofstadt en Karel De Gucht dergelijke praat niét als populistisch. Het échte debat moet nog beginnen… 

Guy Leemans

Motie

De democratie is in België ontaard in de dictatuur van een minderheid. De Franstaligen hebben de Vlaamse meerderheid geminoriseerd en elk perspectief op een aan de deelstaten aangepast beleid geblokkeerd. Zij houden mordicus vast aan hun privilegies en het onwerkbaar ingewikkelde Belgische systeem om de miljardentransfers van noord naar zuid te behouden. De Vlaamse volksvertegenwoordigers moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. De democratie moet in ere worden hersteld en de solidariteitsmechanismen moeten worden herbekeken, met verrekening van de Vlaamse noden en behoeften. Dat is een kwestie van democratisch fatsoen en elementaire rechtvaardigheid.