Vlamingen betalen te hoge prijs voor splitsing

De wet-Marck van 15 juni 1935 blijft een mijlpaal in de vernederlandsing van het gerecht in Vlaanderen. De uitzonderingen in Vlaams-Brabant zijn de Vlamingen al lang een doorn in het oog. De in de 6de staatshervorming voorziene splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV voldoet echter geenszins.

Een heikel punt van de jongste staatshervorming is het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Dit jaar is het daar na lang touwtrekken gekomen tot een hervorming van de kieskring. Zelfgenoegzaam kloppen de Vlaamse regeringspartijen CD&V, Open VLD en sp.a zich op de borst: ook wij kunnen de belangen behartigen van de door verfransing bedreigde Vlamingen!

Wat de Vlaamse regeringspartijen verzwijgen, is dat de splitsing van B-H-V duur betaald is. We noemen slechts het feit dat Brusselse Vlamingen nu niet meer rechtstreeks verkozen kunnen worden in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. En dat alle Brusselse Kamerzetels naar Franstaligen zullen gaan vanwege het instellen van een kiesdrempel en een verbod op lijstverbindingen.

Gerechtelijk arrondissement

Onderdeel van de splitsing van B-H-V is een hervorming van het gerechtelijk arrondissement. Feitelijk wordt de rechterlijke macht in B-H-V gesplitst wordt in een Nederlandstalige en een Franstalige macht. Zo krijgt Brussel 19 tweetalige parketten, Halle-Vilvoorde een Nederlandstalig parket.

Op het eerste gezicht is de hervorming van het gerechtelijk arrondissement een lovenswaardige maatregel. In een beschaafd land wordt rechtgesproken in de nationale taal: het gelijke recht om gebruik te maken van het recht  staat zelfs in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Nooit meer de onderdrukking die Vlamingen vroeger ondergingen, wanneer zij veroordeeld werden zonder een woord van het vonnis begrepen te hebben!

Verdeelsleutel

Maar wie naar de uitvoering van de hervorming kijkt, ziet dat er in blinde haast met een bijzonder botte bijl gehakt wordt . Allereerst een vooral door de inadequate verdeelsleutel, in het hervormingsakkoord vastgelegd op 80/20. Dus 80% van het gerechtelijk personeel dient Franstalig te zijn, 20% Nederlandstalig.

De hervormers zijn tot deze verdeelsleutel gekomen op basis van het jaarverslag van het Brusselse arbeidsauditoraat. Dat beperkt zich tot arbeidsrechtelijke geschillen waarin auditeurs tussenkomen. Dat is slechts een klein deel van de rechtszaken: bijvoorbeeld geweldpleging valt niet onder het arbeidsrecht maar het strafrecht. En bij geschillen over Nederlandstalige arbeidsovereenkomsten wordt meestal geen auditeur ingeschakeld.

Hadden de hervormers alle rechtszaken in B-H-V meegenomen in hun berekening, dan was de verdeelsleutel eerder 70/30. Want het werkelijke percentage Nederlandstalige rechtszaken ligt 10% hoger dan in de huidige verdeelsleutel. Geen klein detail in een district met 1.630.000 inwoners.

Personeelstekort

Ook bij het personeel is de verdeelsleutel van 80/20 een schoen die wringt. Neem de rechtbank van eerste aanleg. Daar staan tegenover 323 Franstalige werknemers 210 Nederlandstalige: dat is 47%. Eigenlijk 27% te veel. Dat deel moet in de nieuwe situatie vertrekken. Het Nederlandstalig personeel ziet deze bui uiteraard al hangen, en kiest eieren voor zijn geld. Nu al solliciteren vooral jonge werknemers naar een plek elders in Vlaanderen. ‘De beste mensen van het korps zijn een zinkend schip aan het verlaten’, verklaarde een Nederlandstalige parketmagistraat recent in De Standaard.

Het vertrek van Nederlandstaligen komt bijzonder ongelegen voor de rechterlijke macht. De Belgische rechtspraak staat bekend als trage slak. Ernstige misdaden verjaren vanwege het personeelstekort. De hoge werkdruk zorgt steeds vaker voor procedurele fouten waardoor het verlengen van het voorarrest juridisch onmogelijk wordt. Het effect is dat gevaarlijke criminelen vrijuit gaan. En dat terwijl Brussel al hoge misdaadcijfers heeft.

Nederlandstalige rechtzoekende

De uitloop van gerechtelijk personeel treft in het bijzonder de Nederlandse rechtszoekende. Die zal nog langer moeten wachten op de behandeling van zijn zaak. Wat zou u als Brusselse Vlaming doen als uw stad steeds onveiliger wordt, terwijl de kans op snelle veroordeling van misdadigers gestaag daalt? Brussel wordt zeker onaantrekkelijker voor Vlamingen om in te wonen.

De Nederlandstalige rechtszoekende wordt verder gediscrimineerd doordat het gerecht overal en nergens aanwezig zal zijn. Neem het Nederlandstalige parket voor Halle-Vilvoorde. Dat komt op één plaats, waar is nog niet bekend – duidelijkheid creëren staat onderaan de prioriteitenlijst van de regering), terwijl onderzoeksrechters op andere plaatsen in het district kunnen werken. Dus moeten veel magistraten dagelijks de file in. Niet alleen is dat geldverspilling – wie tijdens het werk autorijdt kan geen stukken lezen -, ook vreet het de tijd van het weinige personeel dat al overblijft.

Werklastmeting

Zoals te verwachten zoekt de regering naarstig middelen om de gaten in de hervorming te dichten, zonder de Vlamingen tegemoet te hoeven komen. Het spatten van de zeepbel die de gerechtelijke hervorming is, zou de Vlaams-nationalistische N-VA namelijk nog populairder maken.

Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) presenteert nu als remedie de werklastmeting. Er moet gekeken worden of de Nederlandstalige magistratuur echt door de hoeven zal zakken. Alsof dat uit de voornoemde cijfers – 20% als nieuw percentage van Nederlandstalig personeel, minstens 30% van Nederlandstalige zaken – niet blijkt. Een kind kan zien dat de huidige overbelasting alleen maar erger wordt.

Staatssecretaris voor staatshervorming Servais Verherstraeten (CD&V) belooft ondanks de ingrijpende maatregelen dat tegen 2014 sereniteit heerst. Dan zijn er volgens hem genoeg Nederlandstalige magistraten om Nederlandstalige zaken te behandelen. Een naïeve verwachting, omdat goede gerechtsmedewerkers veelal mensen zijn met jarenlange ervaring in het behandelen van complexe zaken. Als zij vertrekken kan hun plek niet zomaar opgevuld worden met stagiairs.

Personaliteitsbeginsel

Aan de gerechtelijke hervorming van het arrondissement zitten meer dan genoeg organisatorische haken en ogen. Maar voorbij het functioneren van de rechtbank, is het zorgwekkend dat de hervorming wordt uitgevoerd op basis van het personaliteitsbeginsel. Dat staat haaks op de in het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven gangbare territorialiteitsbeginsel. Is een streek Vlaams, dan moet Nederlands de taal van de overheid, de rechtbank en de scholen zijn. Anderstaligen hebben zich te voegen naar de gehanteerde taal.

De gerechtelijke hervorming maakt dit principe ondergeschikt aan het personaliteitsbeginsel.  Fernand Keuleneer, advocaat bij de Balie te Brussel en verklaard tegenstander van de hervorming, legde deze zomer in de Gazet van Antwerpen uit: ‘Is een dader Franstalig, of kiest hij voor een procedure in het Frans, dan zijn niet de lokale instanties bevoegd ook al kunnen die op onberispelijke wijze een Franstalige zaak behandelen, maar wel een instantie die eigenlijk in een ander territorium bevoegd is. Niet het territorium, maar de taal van de persoon bepaalt dus de bevoegde instantie. Het “personaliteitsbeginsel”, waarbij bovendien geopteerd wordt voor de taal van de dader i.p.v. de taal van het slachtoffer, wordt vermengd met en haalt het op het territorialiteitsbeginsel, en dit zal ook op burgerlijk vlak niet zonder uitwerking blijven’.

In de nieuwe situatie heeft de Franstalige overal in B-H-V betrekkelijk makkelijk toegang tot het recht. De Nederlandstalige moet het doen met overwerkte rechters die bovendien nog de (immer Franstalige) ‘zwaardere’ rechters in Brussel  als hun meerdere moeten erkennen. Het eindresultaat is dat de Nederlandstalige burgerrechten verliest. De Franstaligen zien daarentegen hun privileges gebetonneerd worden. Het is een kleine maar verdere stap in de voortschrijdende verfransing van het eens overwegend Nederlandstalige Brussel.

Rutger Schimmel