Wat met brussel?

De Franse gemeenschap heet voortaan de Fédération Wallonië-Bruxelles (Wallo-Brux). Wat meteen alle knipperlichten doet flikkeren. Wallo-Brux is immers het zoveelste mes op de Vlaamse keel. Het zoveelste dreigement dat een eventuele staatshervorming alleen een staatshervorming kan zijn naar het beeld en de gelijkenis van Francofonia.

Op 3 april stelde de Vlaamse minister-president Kris Peeters nogmaals orde op zaken. Brussel, zo zei hij, zou nooit een volwaardig derde gewest worden, zoals Vlaanderen en Wallonië dat zijn. Nauwelijks een dag later werd in Namen, de hoofdstad van het Waalse gewest, Wallo-Brux boven de doopvont gehouden. Een wraakoefening voor de kaakslag van Peeters? Een zoveelste francofone provocatie in het communautaire opbod? Er is meer aan de hand. De oprichting van Wallo-Brux maakt andermaal op pijnlijke wijze duidelijk dat Vlaamse partijen nog altijd schoolknapen zijn in vergelijking met de francofone politieke formaties. De Vlaamse partijen slagen er maar niet in één zeel te trekken, komen niet verder dan de spreekwoordelijke pas op de plaats. Terwijl de francofone partijen steevast uit één mond spreken als er spijkers met koppen moeten worden geslagen.

Eigenlijk is Wallo-Brux geen verrassing. Al jaren schermt het francofone België met deze unie. Ze is op 4 april in Namen als het ware alleen maar geformaliseerd. Uiteraard met de nodige francofone bombarie, afgekeken van de tricolore onafhankelijkheidsverklaring van 1830. Rudy Demotte, minister-president van de Waalse regering en van de Franse gemeenschapsregering, mocht de klus klaren. Dit onder welwillend toezien van Charles Picqué, minister-president (sic), van Brussel, en vertegenwoordigers van alle francofone partijen die parlementariërs hebben in Brussel of in Wallonië. Eigenlijk het selecte decorum om een republiek uit te roepen.

Volgens Demotte is de beslissing om voortaan als Wallo-Brux door het leven te gaan al ergens in februari gevallen. Om de communautaire onderhandelingen niet te hypothekeren waren de Brussels-Waalse putschisten echter zo attent geweest hun coup nog even geheim te houden. Zo galant zijn ze wel, de francofone separatisten. Of is dit de hypocrisie ten top gedreven? Keer op keer maken de francofone partijen er verontwaardigd hun beklag over dat er met de Vlamingen geen land te bezeilen valt, dat ze geen staatshervorming willen en alleen het einde van België verbeiden. Om te eindigen bij het intussen al legendarisch geworden plan B – de definitieve scheiding – dat de Vlamingen in de binnenzak hebben. In Namen is nogmaals gebleken dat de francofone pot er de Vlaamse ketel van beschuldigd zwart te zien.

Een officieel Vlaams plan B? Ook in Vlaanderen wordt er gekoketteerd met een Vlaamse staat. Maar met uitzondering van het Vlaams Belang is er geen enkele politieke partij bij ons die zich hic et nunc – hier en nu – hiertoe bekent. De voornaamste reden voor zoveel Vlaamse behoedzaamheid is precies het feit dat in Vlaanderen slechts een minderheid een Wallo-Brux toejuicht. In Vlaanderen bestaat wel het plan-U, het plan Utopia. Volgens dit plan kiest Brussel, als het voor de keuze gesteld wordt, Vlaamse eieren voor zijn geld en dus voor …Flam-Brux. De Vlamingen die een dergelijk scenario ook maar een schijntje van een kans geven, geloven nog dat Sint Maarten en Sinterklaas op een dag vallen. Een Vlaams-Brusselse staat is alleen maar mogelijk na een grote volksraadpleging waarbij allicht de mening van alle Vlamingen, maar zeker de mening van de hele Brusselse bevolking gevraagd wordt. En het staat bij voorbaat vast dat het Brusselse antwoord een non zal zijn. Gelukkig maar! Ofwel wordt Vlaanderen, afgezien van enkele faciliteiten rond Brussel en de taalgrens, een eentalige deelstaat van de confederatia Belgica in wording. Ofwel wordt het een totaal autonome staat. Met Brussel erbij zou dat verregaande consequenties hebben. Van eentalig Nederlandstalige deelstaat, met pakweg 100.000 Franstaligen, zou Vlaanderen evolueren naar een tweetalige staat met bijna 1 miljoen francofonen. In het U-scenario wordt deze francofone minderheid royaal toegemeten faciliteiten beloofd. Wat aanleiding zou geven tot een permanente en furieuze taalstrijd waarbij we met heimwee zouden terugdenken aan het momentele gehakketak in de faciliteitengemeenten rond Brussel. Bovendien zou de staat Flam-Brux een land worden waarin zowat 15% van de inwoners – 1 op 7 – van vreemde origine is. Met alle moeilijkheden van dien. Wil Vlaanderen dat? Gesteld dat francofoon Brussel dit zou willen.

Het plan-U, een Vlaams-Brusselse staat, maakt nauwelijks kans. Maakt het plan-S, een separatisme pur waarbij Vlaanderen Brussel finaal loslaat, dat wel? Zoals gezegd is vrijwel geen enkele Vlaamse partij op dit ogenblik bereid in een dergelijk scenario te stappen. Een officieel plan-B, gedragen door alle Vlaamse politieke partijen, is er niet. Meer zelfs, het wordt vooralsnog niet in overweging genomen. Hoe moet het dan verder? Gesteld dat een Vlaams-Brusselse staat een utopie blijft resten er maar 2 mogelijkheden: het lidmaatschap in een Belgische confederatie of een Vlaamse staat zonder Brussel. Kiezen voor de eerste mogelijkheid betekent onderhandelen over het statuut van een Confederatia Belgica tot het bittere einde, kiezen voor de tweede mogelijkheid betekent een even uitzichtloze onderhandeling met francofoon België.

Met het uitroepen van Wallo-Brux, eensgezind geschraagd door alle Franstalige partijen, zijn Elio di Ruppo, Noël Milquet en Charles Michel ons meer dan één stap voor. Verklaart dat wellicht de commotie die er ontstaan is bij deze al bij al niet zo onverwachte francofone zet op het Belgische schaakbord? Eigenlijk stellen de francofone partrijen Vlaanderen voor de keuze: we moeten ofwel een drieledig – misschien wel een vierledig – België voor lief nemen. Voor het geval Vlaanderen dat niet wil wordt er gedreigd met Wallo-Brux, de prelude voor een Brussels-Waalse staat. En dit in een regelrecht oorlogsjargon. De Franstaligen, aldus PS-kopstuk Philippe Moureaux in De Standaard, moeten zich ingraven. We moeten geduldig zijn, weerstand bieden, en we zullen de loopgraven pas verlaten wanneer we een wil tot compromis zien.

Moureaux neemt Wallo-Brux hierbij niet in de mond. FDF-voorzitter Olivier Maingain wel. Met de oprichting van Wallo-Brux, aldus Maingain, kunnen we tonen dat we in staat zijn op eigen kracht voort te gaan. Moet Vlaanderen dat zomaar pikken? Maingain heeft al een regering voor Wallo-Brux in het achterhoofd die 12 ministers telt. Eén hiervan mogen de Brusselse Vlamingen leveren, maar die Nederlandstalige minister krijgt geen vetorecht en dient dus alleen als schouwgarnituur. Wil Vlaanderen dat? Waarom strijden voor het Vlaams karakter van de 6 faciliteitengemeenten rond Brussel als we 100.000, misschien 200.000 Brusselse Vlamingen aan hun lot overlaten?
Voor Hendrik Vuye, hoogleraar aan de universiteit van Namen is de creatie van Wallo-Brux een staatsgreep. Met kwalijke gevolgen voor de Vlamingen, zeker als Maingain zijn gang mag gaan. Als zijn wil wet wordt, en in het francofone Brusselse koor heeft hij nogal wat te bassen, dan is er in Wallo-Brux geen plaats meer voor waarborgen voor de Brusselse Vlamingen. Alhoewel. Ruimdenkend als altijd, merkt Vuye ironisch op, sluit Maingain beschermingsmechanismen voor minderheden niet uit. Hij vergeet er echter bij te vertellen aan welke minderheden hij hierbij denkt.

Maingain, gaat Vuye verder, is de wereldkampioen minderhedenbescherming als het om de Franstaligen in Vlaanderen gaat, maar hij vergeet de minderhedenbescherming als hij over Brussel spreekt. Dit is kenmerkend voor de visie die de Franstalige Brusselaars hebben op de werking van de democratie. Zijn de Franstaligen in de minderheid dan prediken ze de minderheidsbescherming. Zijn de Franstaligen in de meerderheid, dan is democratie 50 procent plus 1.

De Brusselse Vlamingen hebben dus niets te verwachten van een Wallo-Brux in wording. Het was overigens typisch dat de Vlaamse leden van de Brusselse regering op geen ogenblik geïnformeerd werden over wat er in Namen bekokstoofd werd. De Vlaamse reacties tegen deze provocatie zijn dus terecht. Maar echt weerwerk tegenover deze agressie kunnen we voorlopig niet leveren. Wat wil Vlaanderen eigenlijk? Een autonome Vlaamse deelstaat of een staat in Europa met behoud van de band tussen Vlaanderen en Brussel, met Brussel als hoofdstad van Vlaanderen, aldus het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen. Andere reacties gaan een stap verder en stellen dat een Vlaams plan B het enige alternatief is en dat de Vlaamse partijen al hun energie moeten besteden aan de ordentelijke opdeling van dit land. Met 200.000 Brusselse Vlamingen op de offertafel van Wallo-Brux?

Hoe lang nog kan Vlaanderen deze hete appel voor zich heen blijven schuiven? Een Confederatia Belgica waarin Vlamingen en Walen samen borg staan voor het democratisch functioneren van Brussel? Of het plan B, de definitieve scheiding, waarbij we Brussel los laten? Alleen een communautair akkoord, of een ultiem mislukken van de onderhandelingen, kan de uiteindelijke weg aanwijzen. Als we een regering vormen zonder N-VA, aldus een openhartige Moureuax, dan zal elk communautair akkoord als een verraad aan Vlaanderen geïnterpreteerd worden. We zullen dus snel bij het Plan B uitkomen, want na een volgende verkiezing zal er geen akkoord meer mogelijk zijn. Waarbij wederom de nog altijd niet opgeloste vraag: Wat met Brussel?

Jan Veestraeten