Zelfbestuur verdient plaats in Vlaamse media

10268723_772953569404488_431109465549532143_nDemocratie, aldus Winston Churchill, is de slechtste staatsvorm op alle andere na. Een van haar pijlers is de scheiding tussen de 3 machten, die elkaar in evenwicht moeten houden. Met de pers is er echter een belangrijke vierde speler in het spel. Hierover praatten we met Karl Van Camp, hoofdredacteur van ’t Pallieterke.

Om met de deur in huis te vallen: de Vlaamse beweging en haar eisen liggen niet goed in de media. Waarom?

Omdat de grote persorganen de Vlaamse beweging en haar eisen hebben afgeschreven. Voor hen is het flamingantisme voorbijgestreefd. Ze vereenzelvigen de Vlaamse beweging met oubolligheid, met bekrompenheid in een geglobaliseerde wereld. Dat is al een hele tijd aan de gang. Toen nog tienduizenden voor de jaarlijkse IJzerbedevaart naar Diksmuide afzakten, werden al pijlen gericht op het programma en werd de aanwezigheid van skinheads en nazi-sympathisanten telkens weer uitvergroot. Eén goed gekozen foto van een parvenu met een hakenkruis, een randfenomeen, was voldoende om het hele gebeuren te schandaliseren. In reactie op die mediakritiek probeerde het IJzerbedevaartcomité de bedevaart ingrijpend te vernieuwen. Toen dat niet aansloeg, waren diezelfde media er als de kippen bij om de dalende opkomst in de verf te zetten.

En er is geen verandering in zicht?

In maart trokken zowel het Vlaams Nationaal Zangfeest als de Manifestatie ‘Ja voor Vlaanderen’ duizenden Vlamingen. Maar voor een verslaggeving hiervan was het zoeken naar een naald in de  hooiberg. Het Zangfeest was eens te meer voor een grote groep Vlamingen vooral een gelegenheid om samen tientallen liederen uit de Vlaamse liederenschat te zingen. Enkel op de VRT was er nog minuscule aandacht. Maar in haar verslaggeving bracht de openbare omroep welgeteld één citaat van ANZ-voorzitter Erik Stoffelen en, niet toevallig, alleen een optreden van de muziekkapellen. Die specifieke keuze voor dat kleine programmaonderdeel illustreert hoe de meeste journalisten de Vlaamse beweging zien of slechter, hoe ze de Vlaamse beweging willen voorstellen. Over de hoofdmoot van het programma werd met geen woord gerept. Veertien dagen later zorgden regionalisten uit geheel Europa nabij de Europese wijk in Brussel voor een ode aan de vrijheid en een veelkleurig spektakel. Jong en oud, vrouwen en mannen van allerlei gezindheden maar met een warm hart voor hun eigen regio eisten respect voor het zelfbeschikkingsrecht van de Europese volkeren. De Vlaamse beweging en ’t Pallieterke toonden belangstelling, de commerciële media hielden zich van de domme.

Is het ooit anders geweest?

Zeker, vroeger had elke periodiek zijn eigen ideologie. Kranten en weekbladen waren katholiek, socialistisch of liberaal geïnspireerd, én al dan niet Vlaamsgezind. De Standaard bijvoorbeeld voerde ‘Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus’ (AVV-VVK) hoog in het vaandel. De krant was tegelijkertijd christelijk en strijdbaar Vlaamsgezind. Onder haar hoofdredacteur Manu Ruys stond ze samen met andere Vlaamse kranten en periodieken in 1977-78 vooraan in het verzet tegen het Egmontpact. Met succes, want vooral onder die druk werd het pact gekelderd. Het gros van de journalisten was overtuigd Vlaamsgezind. Weinigen weten dat pioniers zoals Jan Merckx, de stichter van VTM, en Jef Anthierens, de oprichter van Humo, allebei jarenlang hebben meegewerkt aan ’t Pallieterke. Nu is er bij Humo geen zweem van Vlaamse gevoelens meer te bespeuren, integendeel. Om nog te zwijgen van VTM, dan doet de VRT het tegenwoordig beter. De brede Vlaamse weerstand tegen het Egmontpact was dan ook de breuklijn. Stilaan kwamen de redacties van de grote media in handen van de generatie van mei 1968. Wat dat inhield, kan je aflezen uit het curriculum van Paul Goossens.

Hoe bedoel je?

Goossens was aanvankelijk actief in de strijd voor ‘Leuven Vlaams’. Hij werd preses van het Katholiek Hoogstudenten Verbond (KVHV) Leuven, maar omdat hij links was georiënteerd kwam hij in aanvaring met de rechtse, traditionalistische hoofdstroming. In 1973 werd hij redacteur economie bij De Standaard, van 1978 tot 1991 was hij hoofdredacteur van De Morgen, daarna ging hij werken voor het persagentschap Belga. Nu schrijft hij nog geregeld columns in de De Standaard. Goossens conformeerde zich helemaal aan het Belgische verhaal. Vrijwel alle journalisten in de zelfverklaarde kwaliteitskranten zitten op hetzelfde spoor. De Standaard en De Morgen, de 2 belangrijkste kranten voor de Wetstraat, zijn allebei naar het centrum opgeschoven. Hun teneur is Belgicistisch, anti-Vlaams en progressief.

Dan zijn ze in hoge mate uitwisselbaar?

Er zit haast geen verschil meer op. Dat hoeft ook niet te verbazen, gezien in de loop van de jaren heel wat journalisten van De Morgen naar De Standaard overgingen, en omgekeerd. De meeste journalisten balen van Vlaams gezindheid. Dat straalt af op hun partijvoorkeur. Bij de federale verkiezingen van 2007 gaf 34% te kennen te zullen stemmen op het kartel Sp.a-Spirit, 20% op Groen en 20% op Open VLD. Bijna 75% verklaarde dus te stemmen op partijen die onder de bevolking slechts op 40% aanhang konden rekenen. Als je de situatie vandaag bekijkt, is er weinig veranderd. Bij een diagonale lezing van de meeste persorganen stelt je vast dat naast het Vlaams Belang ook de N-VA niet op veel sympathie moet rekenen. De V-partijen vertegenwoordigen nochtans ruim 40% van de kiezers. De kiezers van de N-VA en het Vlaams Belang zijn weliswaar niet allemaal Vlaams-nationalisten, maar door voor de V-partijen te stemmen geven ze wel aan dat ze niet tegen hun Vlaamse programma’s zijn.

Critici zullen opwerpen dat een partijvoorkeur niet van invloed hoeft te zijn op een redactionele lijn.

In principe is dat zo, maar de praktijk wijst uit dat als journalisten samenwerken in redactieverband ze neigen naar een tunnelvisie, waarbij ze thema’s altijd vanuit eenzelfde perspectief gaan bekijken of zelfs zonder meer doodzwijgen. Op de hulde van Mark Grammens, november 2013, vertelde Matthias Danneels dat, toen hij indertijd op de redactie van Het Nieuwsblad voorstelde om een artikel te wijden aan nieuw, onthutsend cijfermateriaal over de transfers, hij door zijn hoofdredacteur werd afgeblokt met de kleinerende opmerking ‘Zijt ge daar weer met uw Vlaamse gedoe’. Dat typeert de sfeer op vele redacties.

Valt die vooringenomenheid wel te rijmen met goede journalistiek?

Feiten worden onvermijdelijk geïnterpreteerd vanuit een bepaalde invalshoek. Ook journalisten doen dat. Daar is niks op tegen, maar zij moeten dan niet de pretentie hebben om te doen alsof zij doen aan neutrale berichtgeving. Maar daar loopt het fout. Naar aanleiding van het 100 jarig jubileum van De Standaard schreef hoofdredacteur Karel Verhoeven dat zijn krant het publieke debat op een betrouwbare en kritische manier verslaat en voedt. In realiteit heeft De Standaard zich ingegraven in het Belgische systeem, heeft ze nauwelijks aandacht voor het Vlaamsgezinde middenveld en zijn eisen, tenzij om die strekking in zijn hemd te zetten. De tegenstanders van meer Vlaamse autonomie zoals Herman Van Rompuy, Guy Verhofstadt en Karel De Gucht daarentegen krijgen geregeld een breed forum om hun gal te spuwen op wat zij zien als achterlijke Vlaamse parochianen. Voor een wederwoord is er nauwelijks plaats. Iedereen moet in koor meezingen op de Belgicistische maat.

Die Gedanken sind frei’, iedereen heeft recht op zijn mening en om die te uiten?

Ja, maar niet iedereen krijgt daartoe de kans. Kranten als De Standaard beweren het debat in Vlaanderen aan te moedigen, maar in de praktijk censureren ze afwijkende opinies. Zelfs voor broodroof wordt niet teruggedeinsd. Toen de Antwerpse muziekgroep De Strangers in 1992 optrad op een bijeenkomst van het Vlaams Blok werd hij daarvoor zwaar op de korrel genomen. Er werd De Strangers aangewreven dat ze het cordon sanitaire hadden doorbroken. Een tijdlang werden ze door verschillende instanties geboycot, waardoor ze inkomsten verloren. Dat verklaart waarom vele Vlaamse artiesten en kunstenaars de Belgicistische kaart trekken. Omdat Vlaamse gezindheid al snel werd geassocieerd met het Vlaams Blok, profileert de artistieke wereld zich overwegend Belgicistisch. Slechts weinigen durven een ander, Vlaamsgezind geluid laten horen. Regisseur en lid van de Gravensteengroep Jan Verheyen is zo iemand. Maar je moet wel haar op je tanden hebben. Toen Verheyen bij een vorige verkiezing in de Stemtest van de VRT bij N-VA uitkwam, kroop een assistente buiten het zicht van de camera naar hem toe om hem te verwittigen van het resultaat van zijn stemtest en hem de kans te bieden dat resultaat alsnog te veranderen…

U bent hoofdredacteur van ’t Pallieterke. Ook uw maandblad durft in te gaan tegen de stroom?

’t Pallieterke was er al toen er nog een brede Vlaams voelende pers bestond. En het is er nog. ‘t Pallieterke is relevanter dan ooit, precies omdat de grote dagbladen hun Vlaamse roeping hebben verloochend. De kracht van ’t Pallieterke is dat het trouw is gebleven aan zijn uitgangspunten en de Vlaamse onafhankelijkheid niet afschrijft en verduiveld, maar ze integendeel ziet als de enige uitweg om uit de Belgische malaise te geraken. ’t Pallieterke is uitgesproken Vlaams en blijft dat ook. Dat wordt niet in dank aanvaard. Ook zijn rechts profiel wordt aangeklaagd. Maar ook die lijn zal het aanhouden. Zo bieden wij een alternatief voor andere weekbladen, overwegend Belgicistisch en progressief van inslag.

Het ’t Pallieterke wordt verweten dat het blad het Vlaams Belang niet negeert?

Ik zou niet weten waarom wij het Vlaams Belang zouden moeten negeren. Wij zijn principieel gekant tegen het cordon sanitaire. Dat duwt ons, ten onrechte, in de hoek van het Vlaams Belang, terwijl we nochtans ook uitgebreid aandacht besteden aan N-VA. Het Vlaams Blok is in 2004 veroordeeld omwille van het ‘aanzetten tot haat en tot discriminatie’, waarna het zich heeft geheroriënteerd en omgevormd tot Vlaams Belang. De meeste media noemden het Vlaams Belang oude wijn in nieuwe vaten. Er was een hele andere, positievere reactie mogelijk geweest. De media hadden het Vlaams Belang en zijn kiezers kunnen rehabiliteren en een inhoudelijk debat op gang brengen over separatisme, de migratieproblemen en andere kwesties. Maar het Vlaams Belang krijgt nauwelijks de kans om zijn opinies te uiten. Dat werkt juist nichevorming in de hand. Als iemand een misdaad begaat, moet je die toch ook de kans geven tot maatschappelijke re-integratie nadat hij zijn straf heeft uitgezeten? Voor het overige heb ik geen bindingen met het Vlaams Belang, noch redactioneel noch financieel.

’t Pallieterke ziet enkel heil in een onafhankelijk Vlaanderen. Hoever staan we daar nog van af?

We zijn er nog niet. Er wordt wel eens gezegd dat het Vlaams parlement de onafhankelijkheid moet uitroepen. Dan moet je in die vergadering wel minstens 63 van de 124 zetels voor je winnen. Dat lijkt niet erg realistisch. Het Belgisch systeem heeft zich trouwens goed ingegraven, dankzij alle Franstalige privilegies. Zolang België de Franstaligen voordeel oplevert, zullen zij België trouw blijven en is het voor de Vlamingen door allerlei grendels vrijwel onmogelijk om hun onafhankelijkheid te forceren. Het is niet ideaal, maar allicht biedt enkel de verrottingsstrategie uitzicht. Die is al een tijdje aan de gang en sorteert stilaan effecten, maar de Franstaligen hebben de sleutel in handen. Nog altijd. Wat wij kunnen doen, is via ’t Pallieterke en kanalen van het Vlaamsgezinde middenveld zoals De Vos ons Vlaams zelfbestuur blijven afdwingen. Daarbij zullen we meer en meer audiovisuele en sociale media moeten aanspreken om onze boodschap een groter bereik te geven.

Interview: Guy Leemans