Fotoreportage & integrale toespraak Jan Peumans (Ledendag VOS)

Op zaterdag 16 juni organiseerde VOS haar jaarlijkse ledendag in Stokrooie (nabij Hasselt).

Via volgende verwijzing kan je de fotoreportage bezichtigen van deze geslaagde dag.

Hieronder vindt u tevens de integrale toespraak van Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement:

Dames en Heren,

Ik dank u voor de gelegenheid die u mij biedt voor dit gezelschap het woord te voeren. Ik deel namelijk de idealen van VOS, Vlaams bewust, Open pacifistisch en Sociaal bewogen, idealen die in de lijn liggen van de authentieke idealen van de Fronters, Zelfbestuur, Nooit meer Oorlog en Godsvrede. In 2014 zal het honderd jaar geleden zijn dat de Eerste Wereldoorlog begon. Verschillende overheden en instanties zijn al bezig met de voorbereidingen voor de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Herdenkingen van het oorlogsverleden hebben in alle samenlevingen die bij de wereldoorlogen betrokken waren, een vaste plaats gekregen. Herdenkingen zijn in eerste instantie een manier om de herinnering aan slachtoffers van oorlogen en conflicten in ere te houden. Ook vandaag nog houden herdenkingsplechtigheden hun waarde als rituele praktijken waarop respect en dankbaarheid betuigd worden aan al wie tijdens de oorlogen geleden heeft. Maar naast dit motief zijn herdenkingen altijd fora geweest om ook andere boodschappen over te dragen. Die boodschappen kunnen heel divers zijn. Ik verklaar me nader aan de hand van de manier waarop in Vlaanderen de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht. De Westhoek, bekend als Flanders Fields, vormde tijdens de Eerste Wereldoorlog het belangrijkste slagveld aan het westelijk front. In het najaar van 1914 liep het Duitse offensief vast aan de IJzer. Een klein deel van het grondgebied bleef onbezet en zou vier jaar lang door Belgische, Britse en Franse troepen hardnekkig verdedigd worden, ten allen prijze. Flanders Fields werd zo het toneel van veldslagen die onuitwisbare sporen hebben nagelaten in het collectieve geheugen van alle landen die in Vlaanderen vochten. Tot op vandaag blijven namen van plaatsen als Ieper en Passendale symbolen voor de menselijke kost van de oorlog. De herdenking van deze gebeurtenissen vertoont drie stromingen, die uiteraard raakpunten hebben, maar toch ook opvallende verschillen. Er is de herdenkingstraditie van de Britse Commonwealth, die haar kernactiviteit in Ieper ontplooit. Er is de Vlaamse herdenkingstraditie, die in de Westhoek en vooral in Diksmuide haar wortels heeft. En er is de Belgische nationale herdenkingstraditie, die over het hele grondgebied van België in stand wordt gehouden.

■ De herdenkingen van het Britse Commonwealth, het Britse Gemenebest, zijn na de oorlog in het leven geroepen om de gesneuvelden te herdenken die in buitenlandse grond begraven liggen. Na vier jaar loopgravenoorlog hadden grote aantallen soldaten in de Westhoek hun laatste rustplaats gekregen. Voor veel oudstrijders en hun familie werd het na de oorlog een traditie om regelmatig naar Flanders Fields te reizen en er de gesneuvelden eerbied te betuigen en de oorlog te herdenken. De Commonwealth houdt grote herdenkingen op Wapenstilstand en op de verjaardagen van de slag om Passendale en de slag om Mesen. Maar het meest bekend is de dagelijkse herdenkingsplechtigheid onder de Menenpoort in Ieper, waar ’s avonds om acht uur de hoornblazers van de Last Post Association, allemaal vrijwilligers van de lokale brandweer, de Last Post blazen om eerbied te betuigen aan de troepen die in de Westhoek gevochten hebben. Naast de Last Post Association is het Gemenebest ook continu aanwezig via de Commonwealth War Graves Commission, die zich tot doel stelt elke gesneuvelde gelijkwaardig te eren. Dat vertaalt zich in de gekende begraafplaatsen, waar alle grafstenen uniform zijn en die in het herdenkingstoerisme een prominente plaats innemen. Het is mede aan dit soort toerisme te danken dat de herdenkingen blijven doorgaan. Voortdurend is het zoeken naar een delicaat evenwicht tussen beide. De Last Post bijvoorbeeld is de jongste twintig jaar uitgegroeid tot een toeristische topattractie, waarbij het publiek al lang niet meer beperkt is tot nabestaanden van gesneuvelden, maar van heel divers pluimage is, gaande van schoolgroepen, gezinnen, dagjestoeristen en kusttoeristen die even naar het binnenland trekken. De herdenkingen zijn van aanzienlijk belang voor de plaatselijke economie. Volgens cijfers van Westtoer is herdenkingstoerisme goed voor 30% van de toeristische omzet in de Westhoek. Dat maakt van deze vorm van toerisme een belangrijke economische kracht in de regio en met de honderdste verjaardag van de Groote Oorlog in het vooruitzicht wordt volop gewerkt aan projecten om dat ook het komende decennium zo te houden.

■ Van heel andere aard is de Belgische nationale herdenkingstraditie. 11 november is de officiële datum voor de herdenking van alle Belgen die tijdens en sinds de Eerste Wereldoorlog in een gewapend conflict zijn gesneuveld. De nationale plechtigheid vindt altijd plaats in Brussel, in aanwezigheid van de koning. Op dezelfde dag vinden kleinschaliger plechtigheden plaats op verschillende plaatsen in het land. Naast de herdenking van de gesneuvelden heeft de nationale herdenking de bedoeling om de nationale eenheid te bevorderen, het project van nationale identiteitsvorming te ondersteunen en noties als patriottisme te promoten. In de Westhoek is de Belgische invalshoek de minst zichtbare. Toch is ze niet helemaal afwezig, want het is het ministerie van Defensie dat de Dodengang in Diksmuide beheert, vlakbij de IJzertoren.

■ In datzelfde Diksmuide is de Vlaamse herdenkingstraditie ontstaan. Na de oorlog nam de Vlaamse Beweging een reeks initiatieven om de Vlaamse soldaten die in het Belgisch leger gevochten hadden, te eren. De Vlaamse Beweging promootte daarin de vredesboodschap, in antwoord op de oorlogsgruwelen, maar tevens de politieke aanspraken op Vlaamse autonomie, in antwoord op de manier waarop de Vlaamse soldaten waren behandeld door hun Franstalige oversten. Daarom verliep de eerste IJzerbedevaart in 1920 onder een drieledig motto ,,Nooit meer oorlog”, ,,zelfbestuur” en ,,godsvrede”. Deze meervoudige boodschap groeide snel uit tot de centrale slagzin van de Vlaamse herdenkingstraditie, hoewel door de jaren heen de klemtonen en de interpretaties wijzigden. Ook de IJzertoren zelf balanceerde tussen de vredesboodschap en de politieke agenda’s, in zoverre dat het tot een treurig schisma leidde dat aanleiding gaf tot de IJzerwake. Sinds enkele jaren heeft het IJzerbedevaartcomité een beweging ingezet om opnieuw te focussen op de wortels van de IJzergetuigenis, door zijn missie te hertalen in het drieledige Vrede, Vrijheid en Verdraagzaamheid. Een van de initiatieven van het comité dat bijvoorbeeld gericht is op het overdragen van de boodschap van vrede en verdraagzaamheid is het muziekfestival ,,Ten Vrede”. Ondanks de vele verschillen binnen de Vlaamse Beweging blijft de wens om de vredesboodschap te verspreiden dus prominent aanwezig.

Het Verbond VOS speelt binnen de Vlaamse herdenkingstraditie een sleutelrol. VOS is de oudste Vlaamse vredesvereniging. Een vredesvereniging die groeide uit een combinatie van Vlaamsgezindheid, antimilitarisme en verzet tegen sociale achterstelling die tijdens de oorlog ontstond. Als ledenvereniging combineert VOS ook vandaag nog zijn Vlaamse, pacifistische en sociaal bewogen pijlers.

■■■■■

Dames en heren,

We mogen de ogen niet sluiten voor het feit dat de herdenking van het oorlogsverleden vandaag op een keerpunt staat. De tijd is gekomen om ervoor te zorgen dat herdenking blijft inspelen op de noden van de hedendaagse samenleving. Nieuwe vormen en methodes zijn nodig. De komende herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog biedt daarvoor een uitgelezen kans. Ik ben ervan overtuigd dat ook u, dames en heren, leden van VOS, in dit project meestapt als Vlaamsgezinde en vredelievende bruggenbouwer binnen Vlaanderen en Europa.

Daarbij moeten we niet alleen oog hebben voor het verleden, maar evenzeer voor het heden en de toekomst. Vandaag is conflictpreventie en vredesopvoeding meer dan ooit nodig. De Groote Oorlog mag dan straks een eeuw achter ons liggen, gewapende conflicten blijven aan de orde van de dag. Ik hoef alleen maar de naam Syrië te laten vallen, of de oorlogsgruwel komt ons scherp voor de geest. Ook de mensen die daar omkomen, zijn in de woorden van Willem Vermandere: ,,altijd iemands vader, altijd iemands kind”.

Hoe meer beleidsverantwoordelijkheid Vlaanderen krijgt doorheen de verschillende staatshervormingen, hoe meer wij ook geconfronteerd worden met vraagstukken waarop een eenduidig antwoord niet eenvoudig is. We worden steeds meer uitgedaagd om als Vlamingen standpunten in te nemen die raken aan de wereld, en die raken aan oorlog en vrede vandaag. Vlaanderen is immers geen eiland.

Het Vlaams Parlement keurt bijvoorbeeld internationale verdragen goed, ik ontvang als voorzitter van het parlement allerhande buitenlandse delegaties en onze Vlaamse minister-president neemt op buitenlandse missies de Vlaamse economische, academische en politieke voorhoede op sleeptouw. Het is belangrijk dat Vlaanderen een voldragen buitenlandse beleid ontwikkelt bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden in de wereld. Dat is tot nog toe niet altijd even vanzelfsprekend, en bovendien is samenwerking en afstemming met het Belgische en Europese niveau daarbij een noodzaak.

Het Vlaams buitenlands beleid moet de vredestoets doorstaan. Het kan niet de bedoeling zijn dat we in economische, academische, culturele of andere relaties de ogen sluiten voor geweld, mensenrechtenschendingen en onderdrukking. Vrede, vrijheid en verdraagzaamheid zijn geen loze woorden. Het is goed dat wat vredesvraagstukken betreft, de Vlaamse volksvertegenwoordigers hier ondersteund worden door het Vlaams Vredesinstituut: een onafhankelijk instituut voor vredesonderzoek bij het Vlaams Parlement.

■■■■■

Dames en heren,

Beleidskwesties inzake oorlog en vrede worden soms heel concreet. De voorbije maanden is in het Vlaams Parlement en daarbuiten bijvoorbeeld grondig gedebatteerd over een eigen Vlaams wapenhandeldecreet. Wapenhandel is een thema bij uitstek waar economische, ethische en veiligheidsbelangen samen komen. De uitdaging was om regelgeving op te stellen die tegemoet komt aan de Europese regels, onze economische belangen niet schaadt, en rekening houdt met belangrijke ethische overwegingen. Dergelijke ethische overwegingen zijn in het DNA van verenigingen als VOS ingebakken. Alle betrokken partijen, ook VOS, kregen in het Vlaams Parlement tijdens hoorzittingen de kans om hun visie hierop toe te lichten. Vorige week woensdag, op 6 juni, is dan het Vlaams wapenhandeldecreet goedgekeurd door de plenaire vergadering. Het decreet bepaalt vanaf nu de regels voor de in-, uit- en doorvoer van wapens en militair materieel in Vlaanderen.

Ik kan mij voorstellen dat velen onder u een ‘Vlaams wapenhandeldecreet’ aanvoelen als een contradictio in terminis. Vlaanderen is geen natie van wapens, maar van vrede. Toegenomen zelfstandigheid van onze regio houdt echter ook een toegenomen verantwoordelijkheid in. Inzake de bevoegdheid voor buitenlandse wapenhandel heeft Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid genomen.

Met meer ontvoogding komt immers meer verantwoordelijkheid. Wat als Vlaanderen op een dag zou moeten beslissen over al dan niet ingrijpen in Syrië? Wat als wij over de toekomst van de NAVO moeten beslissen? Wat als wij een eigen strategie voor Afghanistan zouden moeten uit dokteren? Het antwoord is complex, en zou wellicht leiden tot hevig debat. Ook vandaag zouden dergelijke vraagstukken centraler mogen staan in het maatschappelijke debat. Wij zijn als burgers in de Belgische context immers mee verantwoordelijk voor de beleidskeuzes van Buitenlandse Zaken en Defensie. Ook die verantwoordelijkheid moeten we ter harte nemen.

Het gaat bovendien niet alleen om conflictpreventie op mondiale schaal. Ook in onze eigen samenleving vraagt werk maken van vrede onze volgehouden aandacht. Door zijn bevoegdheid over Onderwijs, heeft Vlaanderen met de toekomst van onze jongeren, goud in handen. Doelstellingen rond vrede en conflicthantering moeten structureel ingebed worden in ons onderwijs, en

scholen en organisaties met een educatief aanbod kunnen daarin nog meer ondersteund worden. Wij hebben in ons middenveld immers een brede waaier aan organisaties die elk vanuit hun eigen uitgangspunten herinneringseducatie en vredesopvoeding gestalte geven. Ook VOS doet dat: ik denk aan de Vredestroubadour en de Vredespoëziewedstrijd. We moeten deze initiatieven koesteren want het zijn organisaties zoals die van u, die in de praktijk van alledag het verschil maken.

Geachte VOS-leden,

Onze vredesboodschap is duidelijk geen relict uit het verleden, het is een dwingende opdracht voor het heden en de toekomst. Want voor vrede kan je kiezen. Het is vaak eenvoudiger om voor machtspolitiek te kiezen of zelfs het gebruik van geweld. De keuze voor een respectvolle en vredevolle dialoog is in onze samenleving verre van evident. Maar menselijke beslissingen zullen altijd de kern van ontwikkelingen in de wereld zijn: de goede, de minder goede en de slechte. Met andere woorden, we zouden ons er van bewust moeten zijn dat onze samenleving bestuurd wordt door mensen en niet door onzichtbare krachten. Mensen kunnen het verschil maken. Mensen kunnen beslissen om in actie te komen en vrede en gerechtigheid hoger op de agenda te zetten.

Dat is wat VOS doet. Al decennia lang. Ik wil daarvoor mijn diepe waardering uitdrukken.

Ik dank u voor uw aandacht.