Oud-Nederlandse woorden uit Merovingische tijd ontdekt

Nog altijd geldt het liefdesversje Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu? (Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij, wat wachten we nu?) in brede kringen als de oudste Nederlandse tekst, allicht omdat het zo tot de verbeelding spreekt. Het versje stamt echter pas uit 1100. De Wachtendonckse Psalmen met zinnen als An âuont in an morgan in an mitdon dage tellon sal ic in kundon, in he gehôron sal (’s Avonds en ’s morgens en ’s middags zal ik vertellen en verkondigen, en hij zal horen) gaan terug tot de 10de eeuw, de Utrechtse doopbelofte zelfs tot de 8ste eeuw (Ec gelobo in got alamethtigan fadaer – Ik geloof in God de almachtige vader).

Nu zijn deze teksten onttroond. In een Latijnse wettekst van de Lex Salica uit de Merovingische tijd (5de-8ste eeuw) vinden we een 350-tal Oud-Germaanse woorden, voornamelijk omschrijvingen van misdaden. Ten dele leefden ze voort in het Middelnederlands (1200-1500) maar niet in andere Germaanse talen. Het gaat dus duidelijk om Oudnederlands, ook wel Oudnederfrankisch genoemd. Sommige van deze woorden zoals morther (moord), focla (vogel), horigo (horige), fe (vee), durpello (dorpel) gebruiken wij nog altijd. Woorden als andarstrippi (andermans land) of ferthbero (brenger van levensgevaar) klinken ons minder vertrouwd in de oren.

De ‘nieuwe’ Oudnederlandse woorden werden opgenomen in de lijst van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. Ze voeren ons tot bij het ontstaan van ons eigentijds Nederlands. De Nederlandse taal heeft duidelijk een lange traditie. Laten we daarom waakzaam zijn, onze taal koesteren en ons niet verleiden door een of andere lingua franca.

Bronnen
De Standaard, 18 juni 2012.
NRC Handelsblad, 31 mei 2012
www.ilo.nl