Toespraak van Lieven De Rouck tijdens Vredesfietseling over Brussel

Op vrijdag 24 augustus hield de Vredesfietseling een tussenstop in Gemeenschapscentrum De Zandloper in faciliteitengemeente Wemmel. Lieven De Rouck kwam spreken over Brussel. De Rouck is parlementair medewerker en staat op de vierde plaats van de N-VA-lijst van Brussel-stad.

Allereerst wil ik de organisatie bedanken voor de uitnodiging.

Ik kan u echter als Brusselaar moeilijk welkom heten in Wemmel want Wemmel is geen deel van Brussel; althans nog niet.

Mijn uiteenzetting zal niet historisch of cultureel of toeristisch of zo zijn. Ik kies meestal voor een andere invalshoek. Het zal blijken of u die zal smaken.

Ik zeg u ook: ik probeer het algemeen te houden, maar ik ben natuurlijk niet politiek kleurloos. Ik ben actief in een partij, net omwille van een bepaalde analyse en bepaalde ideeën. Deze zal ik hier natuurlijk niet wegsteken. Dat is ook de bedoeling niet.

Fietseling en IJzerbedevaart
Er is al veel geschreven en gesproken over Brussel de laatste tijd. Ik juich dat overigens  toe. Meestal (niet altijd) betekent dat ook dat er nagedacht werd over onze hoofdstad (immers: niet altijd wanneer er wordt gesproken wordt er ook nagedacht).

Laat ik echter beginnen met de fietseling zelf. Die is mij niet helemaal vreemd: zo heb ik jaren geleden nog mee vergaderd met Jong N-VA omtrent de organisatie.

Net zoals de IJzerbedevaart staat de fietseling in het teken van “Vrede, vrijheid en verdraagzaamheid”. Vanaf volgend jaar is er geen IJzerbedevaart meer in de klassieke vorm, maar vindt die plaats op 11 november. Ik ga daar verder niet op in gaan.

Het is wel leerrijk om de analyses in de media daarover te lezen.

Zo luidt het dat de vraag naar Vlaamse autonomie, die vooral vervat zit in het woord “vrijheid”, niet meer door het middenveld en door evenementen zoals de IJzerbedevaart moet worden vertolkt.

De parlementen en de politieke partijen die daarin hun rol spelen zouden de autonomie-gedachte helemaal overgenomen hebben. Ik twijfel daaraan. Maar dat is een andere discussie.

De vredesgedachte als pacificatie
Ik vroeg mij af zou dat ook zo zijn voor de vredesgedachte van ‘Nooit meer oorlog’. Wat is de status quaestionis hier? Moet deze nog worden geventileerd op de (nieuwe) IJzerbedevaart of komt dit voldoende aan bod in de politiek? En hoe komt dit dan aan bod in het politieke bestel.

Als we dat binnenlands bekijken, meen ik dat we dat mogen interpreteren als “pacificatie”.

Ik gebruik dit begrip vooral omdat we ons in de Vlaamse Rand rond Brussel bevinden. En de Rand is nogal gekend staat in de Vlaamse Beweging als strijdgebied of ook wel als frontlinie.

Dat blijkt ook uit de organisatie van manifestaties gaande van De Gordel tot TAK-wandelingen en dergelijke meer.

De laatste berichtgeving over het trefpunt van de gordel in Rode  doet niet vermoeden dat er sprake is van pacificatie.

De Gordel heeft vier Trefpunten, plaatsen waar je kunt starten met je fiets- of wandeltocht: Dilbeek, Zaventem, Overijse en Sint-Genesius-Rode. Voor het eerst in 32 jaar wil Rhode-Saint-Genèse dus geen start- en aankomstplaats zijn. Het is maar een actueel voorbeeld [de oplossing die in Alsemberg werd gevonden was toen nog niet bekend]. Maar om het even wanneer iemand dergelijke lezing zou houden, zou er altijd wel een actueel voorbeeld te vinden zijn.

Pacificatie betekent letterlijk vrede sluiten. En dan vraag ik mij af: is er nu “pacificatie”?Wie moet pacificeren?

  • De Vlaamse Rand en Brussel? Of breder nog: het Vlaams en het Brussels Hoofdstedelijk gewest?
  • Misschien is er niet enkel nood aan pacificatie met Brussel, maar ook binnen Brussel. bijvoorbeeld tussen de verschillende gemeenschappen in Brussel, al dan niet de officieel erkende taalgemeenschappen?

U ziet het, er moet blijkbaar nogal wat gepacificeerd worden…

Brussel en de Vlaamse Rand
Ik gebruik nogal graag citaten. Ten behoeve van dat eerste, de pacificatie tussen Brussel en de Vlaamse Rand citeer ik graag een mailtje dat ik kreeg als reactie op de verzending van een persbericht naar een verzendlijst van mensen met Vlaamse sympathieën:

“geachte;

Als inwoners van Sint-Pieters-Leeuw heb ik GEEN banden met Brussel.

Brussel is voor mij het buitenland en van dat buitenland trek ik mij geen ballen aan.

Mijn standpunt i.v.m. Brussel is als volgt: prikkeldraad er rond en er een natuurreservaat van maken.”

Dat is een tekenend antwoord, want hij zal niet de enige zijn met dergelijke mening. Het biedt het voordeel van de duidelijkheid. U herkent dat ook wel. In de Vlaamse rand heeft men het wel vaker over de ‘Brusselse olievlek’. Of de ‘verbrusseling’ – meestal bedoelt men dan verstedelijking, verfransing, vervreemding,…

Omgekeerd hebben Brusselaars – althans: Franstalige Brusselaars – het over een Vlaams carcan en als gevolg daarvan over de absurde nood aan een corridor, enzovoort…

Peter De Graeve heeft daarover interessante dingen te zeggen, en ik citeer hem graag. Ik zei het al: filosofen citeren graag.

De Graeve hij woont in Schaarbeek. Hij is filosoof, en was stichtend lid van de Gravensteengroep. Intussen is hij niet meer actief bij die groep, vooral omwille van professionele redenen.

In 2008 schreef hij het boek “Staat van ontbinding, essay over de ontsporing van de democratie in België”. In de aanloop daarnaartoe schreef hij een vrije tribune die de kerngedachte weergeeft en waaruit ik volgend lang citaat gebruik:

Vlamingen en Franstaligen hebben geen verschillende kijk op de werkelijkheid omdat ze een andere taal spreken en (dus) tot verschillende gemeenschappen behoren. Dat zou een etnische en bijgevolg racistische verklaring van de politieke crisis inhouden. Vlamingen en Franstaligen hebben een andere visie op België omdat ze een andere invulling hebben van de idee ‘democratie’. Wie de communautaire breuklijnen ontleedt vanuit een democratisch kader, stelt vast dat Franstaligen de vrijheid, Vlamingen de gelijkheid vooropstellen als basisbeginsel van de staat. De ruzies over taalgebruik in België, in Brussel en in de Rand zijn terug te voeren op een politiek gevecht om de superioriteit van die idealen, vrijheid of gelijkheid. Franstaligen verdedigen de persoonlijke vrijheid om hun taal, het Frans, te spreken waar ze wonen. Vlamingen vragen dat Franstaligen zich als gelijken onder hun gelijken gedragen, en het Nederlands (leren) spreken in Vlaanderen. Om dezelfde reden streven Vlamingen naar de gelijke behandeling van het Nederlands in Brussel, of verzaken ze aan het recht om hun taal te spreken in Wallonië. Ze passen het gelijkheidsbeginsel in wederkerigheid toe.

Hieruit blijkt dat de communautaire strijd alles behalve etnisch gestuurd wordt. Het betreft daarentegen een essentieel politiek gevecht om de interpretatie van wat voorrang heeft in een democratie, vrijheid of gelijkheid. Het communautaire is dus geen schijnprobleem. Het raakt het hart van onze democratie. (…).

De Belgische democratie heeft een Franstalige sokkel, wordt sedert 1830 door de vrijheidsidee gedragen en heeft de stad Brussel als politieke basis.”

Er is dus een 19de eeuw, liberale visie op taalrechten waarvan de bakermat in Brussel ligt en die bij de Franstalige partijen al dan niet onderhuids nog steeds sluimert. Is Brussel, een verfranste regio en een hoofdstad met een historisch liberale bourgeoisie dan gedoemd tot een eeuwigdurende problematische relatie met het Vlaamse hinterland? Is pacificatie dan mogelijk?

Wat de Graeve hier gelijkheid noemt, zouden wij ook kunnen benoemen als wederkerigheid. Of als: rechten en plichten. Lusten en lasten. Daartegenover staat dan wat we simpel kunnen verwoorden als zijn goesting doen en zich van niks iets aantrekken.

De verklaring ligt dus niet enkel in het feit dat er meerdere talen worden gesproken in dit land. Dat is in andere landen ook zo. Zwitserland is ook een federaal, multinationaal land.

Maar in Zwitserland liggen de taalgrenzen en het geldende taalregime wel zo goed als vast. Deze worden niet telkens in vraag gesteld en geografisch betwist of betwist qua invulling en toepassing op verschillende vlakken.

In België waren de hoerakreten na de splitsing van het kiesarrondissement met de magische drie letters BHV niet te tellen. Eindelijke communautaire pacificatie ! wordt België dan eindelijk, op dat vlak althans, zoals Zwitserland en gekenmerkt door pacificatie?

  1. Ik ga niet in detail gaan – ik wilde het niet te veel over politiek hebben – maar de communautaire conflicten in Brussel en de Vlaamse rand worden door deze akkoorden niet uit de wereld geholpen. Dit akkoord draagt de kiemen in zich van toekomstige conflicten. Het akkoord biedt de basis voor blijvende procedures voor de Raad van State, voor verschillende interpretaties en conflicten, …
  2. Bovendien vraag ik me af waar de gelijkheid en wederkerigheid zit in de akkoorden over de Rand in het globale akkoord over de splitsing van BHV.

Ik had het reeds over de Gravensteengroep. Een groep van denkers en schrijvers die niet tot de klassieke Vlaamse Beweging behoren. Als organisatie pluralistisch, met heel wat linkse en progressieve figuren in de rangen. Zij publiceerden reeds 10 manifesten, die zij begin juni bundelden en voorstelden in een mooi boek. Het achtste Manifest heet “BHV à la Di Rupo: woekerprijs voor schijnsplitsing.”. men heeft het over 23 toegevingen door de Nederlandstaligen, en 1 toegeving door de Franstaligen.

Terzijde, deze groep bewijst dat er altijd bewegingen, organisaties, … naast de partijpolitiek zullen nodig zijn om te denken en/of te doen.

Zelfs in de wederkerigheid denken we verschillend. Zo is het niet zelden dat Franstaligen hun rechten in de Rand vergelijken met die van de Vlamingen in Brussel. Hoewel de situaties en vooral de (taal)rechten die men er kan uit putten om historische en andere redenen uiteraard  totaal verschillend zijn.

En in Brussel…
Nu hebt u al iets gehoord over Brussel, maar vooral in relatie tot de Rand. En Brussel dan ?

Brussel herbergt zoveel taalkundige, culturele, levensbeschouwelijke, socio-economische verschillen op zo weinig oppervlakte dat samenleven niet evident kan zijn. Niet onmogelijk, maar ook niet evident. De mogelijkheid van samenleven in diversiteit wordt er getest in zijn maximale vorm.

Het aantal mensen zal enkel spectaculair toenemen. De vraag is of die diversiteit nog zal toenemen, en of ook de onverschilligheid zal toenemen. Dat is moeilijk te voorspellen.

Ik wil het eerder hebben over de Brusselse Vlamingen. Moeten wij nog vrede sluiten? Met wie? Of moeten wij gemakkelijkheidshalve vrede nemen met de situatie?

Het aantal autochtoon Nederlandstaligen (native speakers) in Brussel blijft wellicht verminderen. Maar de positie van het Nederlands gaat er niet op achteruit. De houding tegenover het Nederlands is verbeterd, en steeds meer Brusselaars zijn Nederlandskundig, al is het Nederlands vaak niet hun moedertaal.

Dat is ook en misschien vooral de verdienste van de Vlaamse Gemeenschap zelf. Ik verwijs daarbij naar de inspanningen in het Nederlandstalig onderwijs en het Huis van het Nederlands.

Anderzijds wordt de taalwetgeving niet altijd gerespecteerd. Die wetgeving zal, ten gevolge van het communautair akkoord, ook ‘herzien en gemoderniseerd’ worden in een Brusselse werkgroep. We houden ons hart vast.

Ik woon graag in Brussel, ik praat met iedereen, drink pinten met iedereen – Nederlandstalig, Franstalig, anderstalig. Brusselse Vlamingen leven in Brussel natuurlijk niet met oogkleppen op. En ja, wij hebben misschien een meer gelaagde identiteit dan de niet-Brusselaar.

Daarbij zijn alle inwoners van dit onzalige gewest ook Brusselaar onder elkaar, los van taalverschillen. Maar politiek gesproken heeft Vlaams Brussel Vlaanderen nodig.

Ik zeg dit niet ingegeven door paranoia. De inter-menselijke verhoudingen zijn niet per se slecht. Maar menselijke verhoudingen zijn niet dezelfde als politieke verhoudingen. Menselijke verhoudingen worden slechts beperkt gekenmerkt door machtsverhoudingen.

Mensen kiezen hun politieke vertegenwoordigers. Dit proces van politieke vertegenwoordiging leidt tot kristallisatie van macht: op politiek vlak worden machtsverhoudingen gemaakt, worden machtsverhoudingen scherp gesteld en duidelijker dan in al die kleine machtsverhoudingen tussen honderdduizenden mensen.

Politieke verhoudingen worden ook getekend door politieke geschiedenis.

In één zin: politiek draait om macht. Macht wordt niet graag gedeeld of afgegeven door bepaalde machtsblokken…

Alleen al daarom hebben de Brusselse Vlamingen de belangstelling nodig van de Vlaamse Gemeenschap. Daarom ben ik altijd zeer behoedzaam als men er voor pleit bevoegdheden over te hevelen naar het Brussels Hoofdstedelijk gewest in plaats van naar de beide gemeenschappen. Geloof me vrij: een versterking van het Gewest zal niet leiden tot méér pacificatie, wel integendeel.

Allen, de Franstalige politieke klasse voelt zich wellicht volbloed Brusselaar en snapt die gevoeligheid en die bezwaren niet.

Een Franstalige Brusselaar is geen Waal en snapt blijkbaar niet altijd dat een Nederlandstalige Brusselaar wel kijkt naar die bredere Vlaamse Gemeenschap buiten Brussel – ook al heeft hij of zij een eigen plaatsje in die gemeenschap!

En: de Franstalige Brusselaar is geen minderheid in Brussel. taalkundig is hij dat eigenlijk stilaan wel, maar niet zo veel als de Nederlandstalige Brusselaar, en politiek gesproken zeker niet.

Overigens, ik spreek – helaas – niet namens de Brusselse Vlaming of de Vlaamse Brusselaar. De Vlaming in Brussel moet er zelf soms van overtuigd worden van een sterke band met de Vlaamse Gemeenschap. Er is een verwijdering gaande tussen Vlaamse Brussel en Vlaanderen.

Kortom
(1)
Kortom, pacificatie binnen Brussel kan pas indien er voldoende gelijkheid is op taalkundig vlak. Indien Franstaligen en Nederlandstaligen elkaars specifieke positie en elkaars specifieke gevoeligheden erkennen waardoor Brusselse Vlamingen de link met Vlaanderen niet willen doorknippen.

Franstalige politici lijken het omgekeerde te wensen: een gewest in splendid isolation apart van de rest van de Belgische federatie, met gelijkheid tussen Nederlandstaligen en Franstaligen: namelijk zo weinig mogelijk inspraak van de respectievelijke taalgemeenschappen. Maar géén gelijkheid qua taalkundige behandeling.

Misschien herinnert u zich nog de uitspraak van Magnette “over twee Franstalige gewesten en één Nederlandstalig gewest” en over de “Vlamingen als “de best beschermde minderheid ter wereld” ? Of het oprichten van de Fédération Wallonie-Bruxelles. Lang geleden is het allemaal niet.

Maar daarvoor is het ook nodig dat de Vlaming in Vlaanderen zich bekommert om de Brusselse Vlaming.

(2)
En pacificatie tussen Brussel en de Rand is maar mogelijk indien er duidelijke afspraken komen die niet telkens in vraag worden gesteld.  En hiervoor is het nodig dat ook de Vlaamse Brusselaar dit duidelijk maakt, ook op politiek vlak: de rand is Vlaams, punt uit. De Nederlandstalige Brusselaar, maar de Brusselaar tout court, pleit meer beter voor, zoals Paul De Ridder dat zou zeggen, “een harmonieuze relatie met het ommeland.” Ik denk maar aan de heisa van enkele jaren geleden over het vervuilde Zennewater dat Vlaanderen in stroomde, zonder al te veel communicatie.

Deze beide vormen van pacificatie hangen samen. Wij hebben mede de sleutel in handen. Brusselse Vlamingen en Vlamingen in de Rand hebben elkaar politiek gesproken nodig.

Maar dan moet de vicieuze cirkel van wederzijdse verwijdering doorbroken worden.

Ik geef toe: fietsen is er soms moeilijk, maar kom naar Brussel ! Kom er wonen, kom er werken, kom er pinten drinken !

Brussel heeft problemen, maar evenzeer troeven: het is een wereldstad die toch leefbaar is, en zelfs een dorp op verschillende plaatsen indien men dat wenst. Brussel herbergt veel studenten, veel mensen met potentieel, veel creatieve mensen. Brussel is bijzonder goed verbonden met de Vlaamse en Waalse en buitenlandse steden. En Brussel heeft natuurlijk een rijk cultuurhistorisch en architecturaal patrimonium, denk maar aan de Art Nouveau-gebouwen. Het is ook deel van de Vlaamse Ruit. Allemaal zaken waar het beleid geen of weinig verdienste aan heeft, maar die Brussel sterk maken en waard te ontdekken zijn.

Laat ik dus eindigen met een parafrasering op een stukje IJzerbedevaartgeschiedenis: “Vlaamse vrienden, laten wij elkaar terug in de armen sluiten.” Of nog: bemoei u er mee !