Een vredesbeweging in ballingschap

Op 10 maart 2020 vond te Brussel de 61ste solidariteitsmars plaats van de Tibetaanse gemeenschap. Deze herdenkt de opstand van de Tibetanen tegen het communistische regime van de Volksrepubliek China. Net zoals bij ons bleef het in vele landen oorverdovend stil over de mars. Landen waar wereldleiders vroeger stonden te springen om als eerste met het Tibetaanse vrijheidssymbool de Dalai Lama op de foto te kunnen, keerden hem in de loop van de jaren de rug toe om de economische reus China niet voor het hoofd te stoten.

De Tibetaanse opstand

In haar jonge jaren centraliseerde de Chinese Volksrepubliek het staatsapparaat in alle uithoeken van het land. Het Zeventien Punten Programma uit 1951 verzekerde haar controle over Tibet. Wel bleef de Tibetaanse religieuze vrijheid gewaarborgd, bleven de lokale besturen bestaan en werd de status van de Dalai lama erkend.

Het programma was vooral van belang voor de kernprovincies van Tibet. De oostelijke Tibetaanse provincies Amdo en Kham beschouwde China sowieso als Chinees grondgebied. Toen inwoners van deze twee provincies werden onteigend omwille van de herverdelingspolitiek, ontstak de eerste vonk van het Tibetaanse verzet. Het kwam tot verschillende vuurgevechten tussen verzetsgroepen en het Volksbevrijdingsleger.

Het Chinese leger bombardeerde preventief verschillende kloosters in Kham om de rebellen uit hun hol te lokken. De Tibetaanse regering mengde zich in het conflict en stuurde een delegatie naar Kham om de verzetsleiders te overtuigen de strijd te staken. Dit had het omgekeerde effect, in zover dat de delegatie zich zelfs bij het verzet aansloot. De Verenigde Staten van Amerika onder president Eisenhower steunde het verzet actief. Op 10 maart 1959 kwam ook de bevolking in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa in opstand tegen het Chinese bewind.

Mao Zedong, de voorzitter van de Chinese Communistische partij en leider van de jonge Volksrepubliek, nam niet al te veel aanstoot aan de opstand. Hij zag er zelf opportuniteiten in. Zo zei hij tijdens een partijcongres laconiek het volgende. “Hoe chaotischer de situatie in Tibet wordt, hoe beter. Het zal onze soldaten trainen en het volk versterken. Hoe meer chaos, hoe meer reden voor ons om het verzet de kop in te drukken en hervormingen door te voeren in de toekomst.”

De 14de Dalai Lama

Tijdens de protesten in Lhasa ontsnapte de 23-jarige Dalai Lama verkleed als een Chinese soldaat uit zijn paleis. Met de Chinese autoriteiten onderhandelen was nu geen optie meer, daarom besloot de Dalai Lama en zijn gevolg om dwars door het Himalayagebergte weg te vluchten. Na een tocht van twee weken kwamen ze eindelijk aan in India, waar zij een regering in ballingschap oprichtten. De uitstroom van inwoners van Tibet was immens. Ongeveer 80.000 Tibetanen maakten de oversteek naar India. De vlucht doet denken aan gelijkaardige taferelen in het verdeelde Duitsland van weleer, waar vele burgers het communistische Oost-Duitsland ontvluchtten. Dharamsala te India werd het culturele hart van het volk. Hun monastiek-Boeddhistische cultuur floreert er en scholen onderwijzen in het Tibetaans. Er ontstond een hele economie van lokale en typische Tibetaanse producten zoals mandala’s,  die wereldwijd worden verkocht onder het motto “Free Tibet”.

De Dalai lama werd een echte internationale held en reisde de wereld rond om de autonomie en de vrijheidswens van de Tibetanen te promoten. Wereldleiders nodigden hem uit op audiëntie en hij vulde volle zalen met zijn lezingen over geloof, eenvoud en vrede. Ook in Vlaanderen slaagde hij erin om het volledige Sportpaleis te vullen met zijn lezing De kunst van het geluk.

Na jaren lange inzet voor de vrede mocht hij in 1989 voor zijn geweldloos verzet tegen de Chinese onderdrukking de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nemen.

De Midden Weg Aanpak

Onder leiding van de Dalai lama slaagde de Tibetaanse vrijheidsbeweging er in tezelfdertijd een vredesbeweging te worden. De Midden Weg Aanpak werd de officiële werkwijze van de Tibetaanse vrijheidsstrijd. Kernwaarden van de methodiek zijn gematigdheid, pacifisme, behoud van cultuur en identiteit, autonomie en vredevolle grenzen. De aanpak werkte, want de Tibetaanse regering werd in 1979 uitgenodigd door Deng Xiaoping, de toenmalige voorzitter van de Communistische partij en leider van de Volksrepubliek om alle punten uit de aanpak behalve onafhankelijkheid te bespreken.

Uiteindelijke draaiden de gesprekken tussen de Tibetaanse regering en de Chinese Volkspartij op niets uit, maar internationaal toonden de Verenigde Staten en het Europese Parlement wel interesse in de methodiek van de Dalai Lama. In het verdrag van Straatsburg 1988 werd opgeroepen tot de oprichting van een democratisch Tibet met een complete soevereiniteit over zijn interne- en niet politieke zaken, terwijl Tibets buitenlandse- en militaire politiek wel in handen zou blijven van China.

Hoewel er nog steeds weinig vooruitgang geboekt is, blijft de Midden Weg Aanpak de algemene leidraad van de Centrale Tibetaanse Administratie. Zelfs wanneer de Dalai lama in 2011 al zijn politieke functies neerlegde, bleven zijn opvolgers dezelfde strategie bewandelen.

Verminderende sympathie

Met het neerleggen van zijn politieke ambt verloren zowel de Dalai lama als de vrijheidsbeweging aan internationale relevantie. Omwille van economische afhankelijkheid en een groeiende internationale invloed kijken de wereldleiders naar Peking in plaats van Dharamsala. Om de nieuwe en belangrijke partner uit het Oosten niet te schofferen, krijgt de Tibetaanse beweging wereldwijd minder aandacht. Toen de Dalai lama in 2019 opriep dat Europa voor Europeanen zou moeten zijn en dat vluchtelingen dienen opgeleid te worden en dan teruggestuurd moeten worden naar het land van herkomst, betekende dit het einde van zijn internationale aanzien.

Toch blijft de beweging bestaan

Hoewel de Tibetaanse beweging minder steun geniet van grote instanties en naties, blijft de droom tot het stichten van een eigen natie zonder inmenging van de Chinese overheid springlevend. Jaarlijks komen duizenden Tibetanen over heel de wereld op straat in een herdenkingsmars op 10 maart. In Dharamsala blijft men films, documentaires en producten maken over de Tibetaanse cultuur en in Tibet zelf gaat het vredevolle verzet van de bevolking nog steeds verder. Verstopt voor camera’s leert men binnenshuis nog de eigen taal en cultuur, beelden over de situatie worden uit het land gesmokkeld en nog altijd steken Tibetaanse monniken zichzelf op straat in brand.

Een ding is zeker: Hoewel Tibet een natie in ballingschap is, geniet het internationaal toch nog veel erkenning. Of dit uiteindelijk zal leiden tot een volwaardige autonomie is echter lang niet zeker.

David Monjaerts

Geef een reactie