Bloemen voor Helden – Firmin Deprez

banner bloemen voor helden firmin deprez 16u

THEMAWEEK FIRMIN DEPREZ

Naar aanleiding van ons project Bloemen voor Helden, belichtte gastauteur Raf Praet, doctorandus in geschiedenis, tussen 16 mei en 21 mei, leven en dood van IJzersymbool Firmin Deprez. De teksten werden verzameld op deze pagina en op de Facebookpagina van VOS en Bloemen voor Helden. Op 21 mei vond de eigenlijke herdenking plaats in Diksmuide. De voorgedragen teksten van Paul De Belder (Aan de IJzer) en Philippe Haeyaert (VOS) vindt u onderaan de pagina terug, alsook een sfeerbeeld en de gedichten die zijn voorgedragen.

firmin deprez 1Maandag 16 mei

Firmin Deprez + 22 mei 1916. Student, soldaat, blauwvoeter.

De boerenzoon Firmin Deprez wordt geboren in Torhout en loopt school in het Klein Seminarie te Roeselaere. In zijn scholierenjaren raakt hij bezield van een diepchristelijk Vlaams ideaal dat hij heel zijn leven zal uitdragen. Te Leuven sticht hij de studentenvereniging ‘Amicitia’ als reactie op het losbandige studentenleven. Eerst bespot, onder meer met de bijnaam ‘Waterkasteel’ wordt de vereniging een toonaangevend orgaan van het Vlaamse en Katholieke studentenleven.

Zoals Firmin zelf schrijft: ‘Ideaal ! Vlaams Ideaal ! Kristen Ideaal ! Dat is mijn leven, mijn streven en verlangen, dat is mijn levensvreugd en de voorbode van de eeuwige vrede. (…) Niet geaarzeld, beste vriend, ijver, ijver overal voor de goede zaak. Zie in u zelf en breek uw gebreken, of, zie rondom u en geef een goed voorbeeld. Spre
ek, schrijf, zing en doceer voor de goede zaak, maar biezonder bid er voor. Heb een groot Ideaal : u zelf volmaken en uw omgeving met u.

Dinsdag 17 mei

Firmin Deprez + 22 mei 1916. Student, soldaat, blauwvoeter.firmin deprez 2

Verrast door de oorlog, vlucht Firmin eerst naar Diksmuide, dan naar Veurne om in De Panne terecht te komen. In De Panne
werkt hij samen met Mej. Belpaire aan het Katholiek Vlaams dagblad ‘De Belgische Standaard’. Eind februari 1915 trekt hij als vrijwilliger naar het front; net zoals vele gelovige flaminganten gelooft hij dat het leed in de loopgraven een noodzakelijke kwelling is en een kans om voor Vlaanderen de rechten te verdienen –die het na de oorlog niet zal krijgen! 

Aan zijn kameraad Berten Pil schrijft hij: “Ik voel niets voor het oorlogsleven, maar als ik rondom mij zie en hoor hoe zovelen onzer jongens ten oorlog gaan, als ik bemerk hoe men ook nu Vlaanderen wil kleineren, dan zal ook ik soldaat worden om later – na de oorlog – recht te hebben tot spreken en zonder schroom voor Vlaanderens recht te kunnen vooruitkomen.”

Woensdag 18 mei

Kiezen of delen. 21 mei wordt sowieso een dag waarbij u de deur uitgaat. Op die dag houdt VOS vanaf 16u. met Aan de IJzer een serene plechtigheid voor IJzersymbool FIRMIN DEPREZ aan de crypte van de IJzertoren in Diksmuide én houdt het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen in de voormiddag een symposium voor haar 50-jarig bestaa
n in Elsene.

firmin deprez 3Donderdag 19 mei

Firmin Deprez + 22 mei 1916. Student, soldaat, blauwvoeter.

Ook in de afstompende modder van de loopgraven draagt Firmin zijn Katholiek en Vlaams ideaal uit; hij schrijft in een lokaal frontblaadje, was betrokken in het ‘Gebedenverbond voor Vlaanderen’ en stichtte ‘De Wikings’, een Vlaamsgezinde studiekring die later de basis zou zijn van de clandestiene frontbeweging. Met woord en daad zette hij zich in voor zijn medesoldaten en het ideaal dat hem bezielde.

Joris Lannoo, de latere stichter van drukkerij Lannoo en frontmakker van Firmin in het 6e linieregiment, getuigt: “Op het front trad Firmin meermalen op als Vlaams verdediger (hij was kandidaat in de Rechten) in de kr
ijgsraden. Soms kreeg hij slechts tegen de avond in de loopgraven bericht om ’s anderendaags te 8.30 u. te Oostvleteren in de Rijkswachtlokalen voor de krijgsraad een soldaat te verdedigen die hij niet kende, nog nooit had aangesproken en zonder zelfs te weten waarover het ging… (zo was het toen gesteld met het recht op verdediging van de soldaat !) Zodat hij meermalen uit de loopgraven van eerste lijn aan de Ieperlee (maison du Passeur e.a.) ’s nachts, met de ransel op de rug, heel alleen naar Oostvleteren opstapte en zijn nachtrust offerde om de beschuldigde soldaat te gaan opzoeken in de nacht en om aldus toch iets over hem en zijn geval te vernemen, ten einde hem beter te kunnen verdedigen.”

Vrijdag 20 meifirmin deprez 4

Firmin Deprez + 22 mei 1916. Student, soldaat, blauwvoeter.

In de nacht van zondag 21 op maandag 22 mei 1916 sneuvelt Firmin Deprez bij het aanleggen van een nieuwe loopgraaf. Een verdwaalde kogel beëindigde het leven van een jongeling wiens woorden en daden de Vlaamse studerende jeugd mogen blijven inspireren; strijd tegen lafheid, strijd tegen lauwheid. Strijd voor deugd, strijd voor moed. Strijd voor Vlaanderen, strijd voor Christus.

Firmin’s begrafenis (foto) werd door vele studenten, kameraden en flaminganten bijgewoond. Hieronder de tekst van zijn doodsprentje:

Misereor super Turbam : Hij leefde en stierf voor zijn volk.

Sicut fur in nocte : Sterven is niets, maar goed sterven is alles. Hoe bedriegt ons immers de dood ! “’t Is zake altijd bereid te zijn”, laatste woorden van Firmin, weinige uren voor hij sneuvelde.

Beati qui in Domino moriuntur : Hij leefde in de Heer en daarom vreesde hij niet te sterven. De rust van zijn heldere ziel lag, na zijn dood, in de kalmte van zijn gelaat nog te lezen.

Tria sunt quae testimonium dant, verbum exemplum et oratio : major horum est oratio : zegt St. Bernardus. ‘t Leven van Firmin bracht getuigenis van de Waarheid. Zijn driftig woord trof het gemoed en baarde overtuiging, zijn voorbeeld drong door in ons leven en wekte ons tot daden, maar het gebed, het Eucharistisch gebed was de bron van zijn ideaal, het brood van zijn leven, ’t geheim van zijn invloed.

Tanquam flos agri : De Heer, in zijn alwijze besluiten, knakt en plukt de schoonste bloemen in volle bloei. Wij, kortzichtig in ons oordeel, wij kreunen en klagen : “Waarom mocht die bloem haar zaad niet geven?” Uw heilige wil, o Heer, worde gezegend : bij U is die bloem reeds bevrucht ; om haar hopen wij Uw zegen.

“Mijn leven voor Vlaanderen en Vlaanderen voor God, o! mocht ik dat winnende sneven”. A. Rodenbach, zo Firmin.

Priesters, gedenk uw broeder aan het altaar. Studenten, herdenkt uw makker aan de H. Tafel en in ’t gebed. Allen, vergeet ook zijne wenende vader en broeder, zijn beproefde bloedverwanten niet.

firmin deprez 5Zaterdag 21 mei

Firmin Deprez + 22 mei 1916. Student, soldaat, blauwvoeter.

Enkele mijmeringen van Pater Callewaert bij de dood van zijn kameraad Firmin Deprez (tweede van links op de foto). Moge Firmin een blijvend voorbeeld zijn voor de Vlaamse studerende jeugd. Moge zijn ideaal jonge harten blijven beroeren: 
Alles Voor Vlaanderen – Vlaanderen Voor Kristus. 

Ik zou liever zwijgen bij dat graf van Firmijn, mijn leerling en mijn kind, omdat ik te veel te zeggen heb, en omdat het geheim dat Firmijn in zijn graf heeft medegenomen zo hoogheilig is, dat velen, en de officiële wereld het meest, er niets zullen van begrepen hebben. Ik zou liever zwijgen tot de dag dat, bij middel van zijn brieven en zijn redevoeringen, ik bij machte ben om een blijvend beeld te schetsen van die schone ziel en dat rijk leven en van die heerlijke studentenbeweging die in oorlogstijd, de houwe trouwe opvatting van haar romantisch idealisme heeft bevestigd door het bloed van hare hoogbegaafden, wanneer Vlaanderens toekomst ze zo broodnodig had. 

Mensendriften spartelen in bloed en vernieling voor een stukje land of zee, voor een pluimpje oorlogseer of wat geld : ’t is het kleine van de wereldoorlog. Jonge zielen, die nimmer op eer hebben gedacht, die van geldzaken niets afweten en wars zijn van politiek, storten hun bloed voor hun idealen, omdat zij weten dat idealen maar openbloeien op de grond der zelfopoffering : ’t is de tragedie der Vlaamse studentenzielen. “Laat storten zelfs de uitverkoren, uit houwe trouw wordt Vlaanderland herboren”, want ’t bloed van hen die voor België vochten, maar voor Vlaanderen stierven, roept Vlaams en wee hem die ’t graf en ’t bloed onteert en miskent.

(…)

Geheel! Ja dat was het karakter van Firmijn Deprez, dat was het geheim van die onverschrokken wilskracht, die hem als een rots deed staan, tegenover vrienden en vijanden, als een rots voor de gedachte die er door zou en door moest en er altijd door ging vroeg of laat. Zijn tere ziel, zijn rechtzinnige ziel, leed er onder, en menige traan pinkte in zijn lieve ogen, en zijn bleek gelaat sidderde onder de kaakslagen van de halfheid en de valsheid, maar hij was een doorbreker en mensen van rondom hem spraken van overdrijving, dat woord dat de mediokriteit zou uitvinden zo het nog niet bestond.

(…)

Firmijn ook, vroeg raad bij ’t uitbreken van de oorlog. Hij wist genoeg dat zijn leven er geen was dat men nutteloos wegwerpt. ’t Was de grootste strijd in hem van de roeping en de plicht, en daaronder en daarboven het onopgeloste vraagstuk : Vlaanderen en België. Hij is als vrijwilliger opgetrokken, omdat hij inzag dat Vlaanderen slechts vrij kon worden in een vrij België, omdat hij een rol had te spelen onder onze volksjongens in het leger, omdat hij later met gezag zou kunnen spreken omdat hij aan de IJzer was geweest ; omdat, zo hij kwam te sterven, het Gods wil was en omdat men Vlaanderens recht niet zou kunnen noch durven weigeren wanneer zijn schoonste bloed het vergde. Hij is gegaan door de kampen, door de loopgrachten, kortom door de oorlogsexistentie, en heeft veel gezien, en veel gezwegen, kalm en bedaard, omdat het uur van spreken komen zou, maar helaas, hij is ten grave gedaald met heel de last van zijn lijdend zwijgen over wat krom was in onze rechtwanende wereld, en die lieve boezemlast, die heel zijn leven zou vervullen liet hij na aan Vlaanderens studentenjeugd…

Grote, onverstane jonge held, in ’t nederig graf, de studenten die gij hebt bezield – verstaan u en ze beloven het – zij zullen verwezenlijken uw levensdroom, en gij, van uit de hemel, zegen ’t werk dat ge ongedaan hebt nagelaten, en gij die telkens in uw schrijven om mijn zegen hebt gevraagd, zend mij uw zegen nu vanuit de hemel, want zonder u is ons leven op deze aarde zo donker en zo vreemd geworden. 

Pater L. J. CALLEWAERT, O.P.

21 mei 2016 – Firmin Deprez

VOS hield 21 mei een serene herdenking aan de crypte van de IJzertoren in Diksmuide alwaar Firmin Deprez met de meeste andere IJzersymbolen is begraven. Met margrieten, de Vlaamse tegenhanger van de Britse klaproos, bracht VOS hulde aan deze held, tevens slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog.

IMG_3189_web

Deze dag ging gepaard met een digitale actie. De digitale wereld verandert onherroepelijk de manier waarop wij omgaan met ons gedeelde verleden. VOS wil volop inspelen op deze nieuwe tendensen om de herdenking van de Eerste Wereldoorlog een Vlaams gelaat te geven.

digitale actie bericht

Inleiding door Aan de IJzer-voorzitter Paul De Belder:

Dames en heren,

100 jaar geleden stierf Firmin Deprez. Firmin was Vlaamsgezind maar dat alleen maakte hem natuurlijk niet tot één van onze IJzersymbolen. Nee, hij werd dat in de eerste plaats door zijn engagement. Firmin was, zoals dat heet, in de wieg gelegd om officier te worden: hij was perfect tweetalig, kon met iedereen overweg en was een briljant student. Maar officier worden wou hij niet, wat hij wou was de oorlog draaglijker maken voor zijn vrienden en dorpsgenoten. Officier worden zou een stuk makkelijker geweest zijn voor hem, maar hij wou wie hem nodig had niet in de steek laten.

Ondertussen leven wij in een rijk, welvarend Vlaanderen dat veel inzet op talentontwikkeling en opleiding, vorig jaar zowat 11 miljard. Onze wetenschappers zijn wereldvermaard, onze Vlaamse universiteiten scoren in alle hitlijsten. Prima, maar er blijkt een pervers kantje te zitten aan dit succesverhaal: mensen die dankzij hun opleiding een carrière kunnen opbouwen om u tegen te zeggen, weigeren namelijk maar al te vaak solidariteit op te brengen waar dit moet of is gebouwd. Talent hebben brengt nochtans verantwoordelijkheid met zich mee. Deze verantwoordelijkheid nemen, is wat Firmin Deprez deed en hem tot IJzersymbool maakte: hij zorgde metterdaad voor wie het minder had, hij kwam op voor wie onrechtvaardig behandeld werd, hij protesteerde tegen willekeur…

Het voluntarisme bij onze hoogopgeleiden nu neemt daarentegen zienderogen af. Zo bleek bij een rondvraag naar het stemgedrag bij geneeskundestudenten een ontzettend groot deel van die studenten te stemmen voor extreem rechts. Erger nog, het beleid dat deze hoogopgeleiden mee bepalen is hoe langer hoe meer eenzijdig op henzelf afgesteld, wat de tweedeling in onze maatschappij steeds groter maakt.

Waar Firmin tegen vocht, daar moeten wij dan ook nog altijd tegen vechten. Firmins strijd is nu onze strijd, en die strijd is duidelijk nog lang niet gestreden, het leed nog lang niet geleden. Laten we dus, dames en heren, Firmin Deprez ook de komende 100 jaar indachtig blijven en hem de eer bewijzen die hem toekomt.

Gedicht ‘Op ’t slagveld’ van Frans Van Raemdonck 

IJselijk liggen zij vermoord in ’t bloed.
Raven vliegen over ’t slagveld. Smeekend
roepen dorre stemmen: “Laafnis! ,, Leekend
in hun borst een wonde pijnlijk bloedt.

Ginds verdween de zon in bloedgen gloed.
Nog een lichte kleur de kimme teekent.
’t Walmt een fletsche geur van bloed, u sprekend
van dood, vernieling en van tegenspoed ….

Droevig rijst de name in ’t geluwe Oosten
nare kleuren verwen ieder lijk

Hier een moeder naast haar zoon komt stenen,
d’haren losgeslingerd, niet te troosten
wroetend met haar hand in ’t bloedig slijk.

IJselijk vliedt de nacht in hooploos weenen.

Gedicht ‘Draag me zacht’ van August Van Cauwelaert

Draagt me zacht: door al mijn leden
Klopt het haemren van uw voet:
Draagt me zacht: bij iedre schrede
Drupt mijn klare, levend bloed.

Draagt me zacht: door de ijle landen
Waait de nijd’ge wind zoo koel;
Of zijn ’t al uw kille handen,
Dood, die ‘k om mijn slapen voel.

Draagt me zacht, gelijk een blanke
Lampevlam in woel’ge lucht,
Eer dees kostbaar-laatste spranke
Leven doove met een zucht.

Draagt me zacht: hoe daalt zoo dicht en
Hel de hemel over mij…
Ben ik reeds de sterrenlichte
Poort der eeuwigheid nabij…

Een afsluitend woordje van provinciaal voorzitter VOS West-Vlaanderen, Philippe Haeyaert:

‘Tempus fugit of naar het Nederlands … de tijd vliegt …maar niet wat betreft de getuigenis van Firmin Deprez, die opkwam voor de idealen van cultuur, taal en identiteit in een tijd dat dit verre van evident was. Tot op heden blijft zijn engagement brandend actueel waar ook ter wereld. Net als Albrecht Rodenbach kwam hij op voor de jeugd en niet in het minst voor zij die het minder hadden. Voor Firmin de uitdaging bij uitstek die hij geheel zijn leven lang heeft gekoesterd en behartigd. Precies daarom moeten we hem dankbaar zijn want …zonder het opkomen voor cultuur, taal en identiteit is er ook geen sprake van vrede, verdraagzaamheid als zelfbestuur. Het is dan ook onze plicht zijn getuigenis in ere te houden maar bovenal te koesteren niet enkel voor het heden maar evenzeer voor de toekomst. Wij VOSSEN zijn het hem verplicht.’

Steun

We danken de aanwezigen op deze serene herdenking. U kan steeds een fiscaal aftrekbare gift vanaf €40 op onze rekening van Heldenhulde BE22 7450 7289 3347 storten met vermelding ‘gift’.